Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 70
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 58
25 Maart 1795, juist een half uur voor mijn verlaten van 's-Gravcn-
hage." Het slot van dit stuk moge hier volgen :
Maar de voorgeschreeven Eed: Ik verklaare enz. deze Eed, zoo els hl}
daar ligt, verklaar ik te zijn strijdig met mijne begrippen van Godsdienst en
Burgerstaat beiden, en, wanneer mij dezelve gevorderd wordt, moet ik ze in
gemoede weigeren, om dat ik ze niet kan doen zonder mentale reservatièn
en Jesuitsche dubbelzinnigheden en weiger ze dus.
a. Uit eerbied voor God, bij wien ik geen valschen eed durf of wil
zweeren ;
b. Uit eerbied voor de Maatschappij, die ik door geene valsche dubbel-
zinnigheeden wil misleiden ;
En ik behoude een vast vertrouwen
a. Op mijnen God door Jezus Christus, dat Hij mij genadig Zijn zeegen
geeve, zoo ik iets lijden moet, om dat ik Zijne Heiligheid vreeze, en Zijnen
gezegenden Naam niet wil misbruiken ;
b. En teevens op de Maatschappij die nooit moet oordeelen, dat ik den
Eed weiger uit Partijschap, of uit begeerte om onrust te verwekken ; maar
alleen om mijn Geweeten niet te kwetzen, en om een eerlijk man te blijven,
op wiens woorden, en veel meer op wiens Eeden men volkomen staat kaa
maaken, en die geen andere begeerte heeft, dan om als een stil Burger in
een gelukkig Vaderland, en (mag het zijn) in de bediening van het Zalig
Evangelie zijne dagen te slijten; — berustende met aanbidding in alle
de wegen der Voorzienigheid aan welke ik de belangens van mij en de mijnen
volkoomen aanbetrouwe. *)
Uit de eerste maanden van zijn ballingschap, immers in Hamburg
geschreven, dateert zijn ,,Uitboezeming", een gebed tot den Kenner
der harten, voor W i e n s oog niets verborgen is :
O Gij, die met doordringende oogen
De plooien van mijn hart doorziet.
T e W i n k e l heeft van dit gedicht smalend gezegd, dat hij
er in „beweerde, dat hem bovenal zijne scheiding van gade en kroost
smartelijk viel" 2), maar is dat wel geheel juist? W e l betreurt hij
daarin de scheiding van zijn kinderen^), terwijl hij in dat verband
1) Echte Stukken, p. 51—52 ; hiermede te vergelijken is de bekende plaats
uit de Brieven, I, p. 204 : terwijl ik mijn hart vooraf onderzocht hebbe, en mij
bewust ben enz.
*) Ontwikkelingsgang, VI2, p. 248.
3) Dichtwerken XII, p. 16, slotcouplet, p. 17, coupletten 1—4. Hier mag ook
wel eens eenige nadruk op vallen. Men spreekt in verband met de uitzetting altijd
over B. als echtgenoot, nooit over B. ads vader.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's