Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 16
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
„Dewelke de Keck wel lezen kan" 4
lieten voorafgaan, lezen we, nadat allerlei uit deze boeken is
opgesomd, dat onjuist, tegenstrijdig of in strijd met de canonieke
boeken is, het volgende: Uyt welcken allen klaerlick blijckt dat
de voor-verhaelde Boecken ghecn Canonijke maer Apocryphe
Schriften zijn: die derhalven niet en behooren opentlick in de
Gemeynte gclesen te worden, ende uyt dewclcke, als zijnde
menschelicke schriften, geen bewijs-redenen en mogen worden
genomen om eenigh artijkel des geloofs te bevestigen, alsoo ons'
geloove gebouwt moet worden op het fondament der Propheten
ende der Apostelen, Ephes. 2 . 20. Doch overmits in deselve oock
eenige goede spreucken, vermaningen, ende exempelen gevonden
worden, so en is 't niet geheel ondienstigh, dat'se in 't bysonder
al te met oock gelesen worden, alsoo nochtans dat'se gelijck alle
andere menschelicke schriften, altijt getoetst moeten worden aen
den toetsteen der Goddelicke leeringen, welcke alleen zijn de
Canonijke Schriften des Ouden ende des Nieuwen Testaments ').
Men vindt in deze zinsneden dezelfde opvatting, als we zooeven
gaven. En we zouden deze beteekenis van de woorden in kwestie
uit Art. 6 zelfs min of meer de offlcieele kunnen noemen, in
zooverre de Statenvertalers, ten nauwste met de mannen van de
Dordtsche Synode verwant, er dezen zin in legden. Er is dan ook
alles voor, dat we de uitdrukking verstaan, als thans omschreven.
Een gansch andere vraag is, is dit ook de historische beteekenis
der woorden, heeft G u i d o d e B r é s ze zelf zoo bedoeld. En
dan is er reden om te twijfelen. Twee dingen vallen dadelijk op.
In het artikel zelf heet het: dewelke de Kerk wel lezen kan, dat
moet toch zien op de geïnstitueerde kerk, spreekt in elk geval
niet van de leden der kerk in hun huizen, maar van de offlcieele
samenkomsten der gemeente. En als de Statenvertalers schrijven:
openlijk lezen in de gemeente, dan komt ons voor den geest, wat
de Canon van Muratori, dien de Statenvertalers wel niet zullen
hebben gekend, van den Pastor Hermae schrijft: et ideo legi
eum quidcm oportet, se publicare vero in ecclesia populo neque
inter prophetas completo numero neque inter apostolos in fine
temporum potest ^).
Inderdaad de uitdrukking, dewelke de Kerk wel lezen kan en
') Zoo in de eerste uitgave der Statenvertaling.
2) Tekst naar H. L i e t z m a n n , Kleine Texte no. 1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's