Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 62
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 50
Groningen aanleiding i ) —, dan kon het gevolg daarvan nog minder
worden voorzien, dan is nog beter te begrijpen, dat hij geen heldere
voorstelling had van de straf, die hem misschien wachtte. „Maar
nooit" — zoo schreef hij den lOden April aan Uylenbroek — „had
ik mij mijn tegenwoordig lot verbeeld : en alhoewel mij de mooglijk-
heid van gevangenis. Crimineel proces en diergelijken duister voor
den geest waarde, en ik wat gebeuren mocht, 's Hemels wil getroost
ware, eene politique uitzetting in 24 uren uit mijne woonplaats en
in eene week uit heel mijn Vaderland, met weigering van paspoorten
etc. was niet in mij opgekomen" 2).
K o 11 e w ij n acht deze uitlating „niet geloofwaardig in hoofd-
zaak" 3). Volgens hem had het adres geen ander doel dan om de
verbanning uit te lokken, die B i 1 d e r d ij k van zijn vrouw en zijn
schuldeischers bevrijden moest. Naar hij meent, wordt deze ver-
klaring door heel het beloop der gebeurtenissen gerechtvaardigd.
Wanneer B i 1 d e r d ij k op het verwijt, dat hij verlangde heen te
gaan, een antwoord geeft, dat hij inleidt met de vragen : waarom
was ik dan niet met den Prins vertrokken ? waarom niet naderhand
etc. ?, zegt K o 11 e w ij n ; had hij dat gedaan, dan had hij vrouw
en kinderen mee moeten nemen, en maakt hij van het vervolg van
B i l d e r d i j k ' s antwoord in het minst geen melding *). Sprekende
over zijn onderhoud met V a n d e r M e e r s c h , zegt hij: de
vraag, waarop voor B i 1 d e r d ij k alles aankomt, is of hij werkelijk
gaan moe^; m.a.w., of hij zich niets te verwijten zal hebben, als hij
vrouw en kinderen verlaat, terwijl hij insgelijks de verklaring, die
hij zelf van zijn pertinente vragen aan den Fiscaal gegeven heeft,
n.l. dat, als men hem slechts een consilium abeundi en geen bevel
gaf, hij zoo vrij zou zijn te blijven, buiten beschouwing laat 5).
„Met een verruimd gemoed" — zoo eindigt K o 11 e w ij n — „gaat
hij de wijde wereld in. Zijn brieven uit den eersten tijd na zijn
^) Daarin wordt gezegd, dat B. in zijn request „Sentimenten aangaande het
bestuur van dezen Lande had aan den Dag gelegd en openlijk beleden, welke
hem een Zeer gevaarlijk lid der Maatschappij hadden getoond te zijn" (Echte
Stukken, p. 27).
2) Brieven I, 206.
») B i l d e r d i j k , I, p. 226, noot 1.
*) Ib., I, p. 225; B.'s antwoord, Brieven II, 56—7.
*) Ib., I, p. 226; B's onderhoud met v. d. M., Brieven II, 54—5.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's