Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 209
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
197 Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn
activiteit der voorstellingen in het oog wanneer hij over hare
betrekking tot het hoogere handelt: dat bewijst z'n term „voor
begrijpen in aanmerking komend", „begrijpen mogelijk makend"
— KaraXrjmixr) — als adjectivum bij „elementaire voorstelling".
Heel de verwardheid verdwijnt indien men aanvaardt, dat in deze
kennis wel een synthese ligt doch beide elementen welke in haar
ingaan kosmologisch actief zijn, wat echter de mogelijkheid van
een kentheoretische passiviteit bij één dezer twee niet uitsluit.
Zóó worden de termen „mogelijkheid biedend voor toestemming"
respectievelijk „voor begrijpen" in eens duidelijk. De eerste van deze
twee komt in de ons be kendefragmenten van Z e n o niet voor: we
vinden hem pas bij één zijner rechtstreeksche leerlingen, A r i s t o n ' ) ,
en wel als adjectivum bij „elementaire voorstelling" en in tegen-
stelling met „niet de mogelijkheid van toestemming biedende
toestand."
W a t nu „toestemming" en „begrijpen" zelf betreft, niet alleen
laatstgenoemd woord, maar ook den term „toestemming" treffen we
bij Z e n o a a n : deze {fj avy^eardêemg) staat z.i., in tegenstelling met
de steeds gebonden elementaire voorstellingen, aan óns — „in
nobis posita et voluntaria" —, en hij voegt haar dan ook als
„assensio animi" aan deze elementaire voorstellingen toe ^). Vreemd
genoeg sloeg men op deze eerste specifiek menschelijke activiteit
nauwelijks acht: misschien dat de literatuur over de tweede, het
begrijpen .— de xatAXrjxpis — en haar correlaat — de cpavtaaia
xaxaXfjTitixr] — minder omvangrijk ware geworden indien men
haar terstond met de toestemming had vergeleken en tegelijk,
met behulp van het boven onderstelde verband met Z e n o ' s
ziekteleer, van laatstgenoemde had onderscheiden.
N a het gezegde omtrent de „phantasia" als elementaire voor-
stelling is nu ook duidelijk de beteekenis dezer tweede activiteit,
die op de toestemming kan volgen, indien de elementaire voor-
stelling ook voor het optreden van de katalèpsis mogelijkheid
biedt. ^) Is de katalèpsis nu steeds waar indien ze berust op toe-
1) S. V. F., II, 40. 10.
2) S. V. F., I, 19, 2.
') De uitgang „-ikè" in „katalèptikè" vertaal 'k met B r é h i e r I, pg. 98, n. 3,
door „mogelijkheid biedend", wat ook bij „synkatathetikè" en „aisthètike" een
goeden zin geeft. De strijd over de beteekenis van dezen uitgang gaat nog steeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's