Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 151
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
139 De Leerschool van Lucretia m ina
Wilhel
stoffen ten geschenke zendt. ^) Vanzelf is zij gehouden tot een
lofdicht terug; zij voert tweemaal de phalanx aan, die de Stichte
lijke Gedichten in de openbaarheid leiden, en zij doet het, zooals
het nu eenmaal behoort, al legt zij den nadruk veel meer op de
vlijt, de deugd, de stichting, dan op de kunst. V a n erkentelijkheid
voor leering of voorbeeld echter geen zweem; zij neemt zelfs de
stukken in haar bundels niet op. ^) Heel die lof zingerij was haar
stellig tegen de borst; haar eigen werken verschenen van den aan
vang af zonder dien ballast. ^) W e l schonk zij den ouden, eerbied
waardigen H o o g v l i e t een vriendelijk vers (1753), met ver
standigen inhoud, op zijn bericht, dat hij zijn laatsten bundel pers
klaar maakte.*) Hij plaatste het vóór aan de rij der lofdichten;
want H o o g v l i e t heeft nooit vermocht, zich van dien rompslomp
te ontslaan: al de drukken van zijn Abraham de Aartsvader sleep
ten een paar vel van dat vriendengebazel mee. Dat V a n M e r
k e n , onafhankelijk, het dwaze gebruik negeerde, werd door de
critiek opgemerkt*); zij was daarmee, ook afgezien van haar
anoniemen eersteling, den grooten Aristarch S. F e i t a m a, die
er op het einde van zijn leven eerst toe besloten had,") nog voor.
Of zij overigens den invloed van F e i t a m a heeft ondergaan ?
Ik betwijfel het. W e l hielp ook zij, bij de verschijning in 1752 van
zijn vertaalden Henrik de Groote phchtmatig „verrukt", hem nog
eens uitroepen tot „Amstels hoofdpoëet... die 't kunstorakel strekt
der vrije Nederlanden".'^) De uitnoodiging tot deelneming moet
voor haar een onderscheiding zijn geweest.^) Ook in 1758 ontbrak
zij niet in den stoet der lijkzangeren; zonder aarzeling voorspelt
'^) Verhoogd en Vernederd Portugal, enz., 210.
^) Dat doet zij nog wel het gedicht ap H. S n a k e n b u r g's Poë^y, posthuum
door F. d e H a e s uitgegeven (1753). Nut d. T.. 282.
' ) A. d e H a e n's gedichtje op Artem ines (1745) vinden we alleen in zijn
Herderszz. en Mengeldd., 193.
4) Nut d. T., 275.
6) T. en Dk. Bijdr. II, 438.
*) Zie Voorr. van na zijn dood (1758) verschenen 2den druk. v. Telem achas
(1763). In de 17de eeuw had O u d a e n zich al verzet; zie mijn H. Dtdlaert, 64.
') Ook Nat d. T., 265 vlg.
) Een keurgezelschap zong dien lof: V a n d e r W i l p , V a n M e r k e n ,
L a n g e n d ij k. H o o g v l i e t , D e M a r r e , P a t e r , B. d e B o s c h ,
S t e e n w i j k , V a n W i n t e r , M e y e r . Alleen één onbekende erbij: J a n
L u y k e n. De kleinzoon van den mysticus?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's