Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 214
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 202
verband ook de leer van den wereldbrand moest betwijfelen.
Van hier uit valt weer licht op de Midden Stoa, inzonderheid
op P a n a e t i u s , die de school ingang in 't Westen verschafte. De
wijzigingen die hij aanbracht verklaart men meest slechts uit de
zucht de Romeinen door concessies te winnen. Al zal men met
dezen factor b.v. bij z'n loslating van het dogma omtrent den wereld-
brand rekening moeten houden, ook de natuurlijke ontwikkeling
mag men niet vergeten. P a n a e t i u s heeft nl. den, door z'n
twee voorgangers onderstelden, band tusschen den kosmo-imma-
nenten tijd en de ekpuroosis losgemaakt: er bleef zoodoende plaats
voor den tijd in de wereld, ook al offerde men den wereldbrand en
met haar de transformatie in beide richtingen. Daarmee wordt echter
ook de temporede wijziging der elementen tot een tijdloos aan
elkaar aangepast zijn. In deze gezuiverde theorie behoudt de tijd
dus slechts een horizontale beteekenis: het ééne moment blijft ver-
schillen van het andere, doch dit onderscheid fundeert niet langer
het verschil der elementen; destructie is hier dan ook niet meer
retransformatie, maar een opgaan van het individu in het geheel.
Doch ook tegen den prijs dezer beperking was de werkelijkheid voor
den tijd niet terug te winnen: dat resultaat wist P a n a e t i u s slechts
te bereiken door te tornen aan de strengheid der monadologie.
Hij staat dan ook tot C h r y s i p p u s in dezelfde verhouding als
later B a u m g a r t e n tot L e i b n i t z . De temporalistische trek,
eenmaal ten koste van de consequentie verscherpt, bleef de Stoa
voortaan eigen; men vindt haar bij alle Stoici na P a n a e t i u s .
Het geschil, dat de Midden-Stoa verdeeld hield, liep dan ook
niet over dit punt, maar over de vraag of deze erkenning van
den tijd als werkelijk de aanvaarding van de transformatietheorie
met zich bracht. En hier gaf P a n a e t i u s een ontkennend,
P o s i d o n i u s echter een bevestigend antwoord.')
Reeds van hieruit valt helder licht op het hoofdverschil in de
jonge Stoa. Het werk van geen harer vertegenwoordigers, ook
niet dat van E p i c t e t u s , is speciaal te verstaan uit de hypothese
van een terugkeer tot C h r y s i p p u s , gelijk B o n h o f f e r meende :
') Deze transformatie bleef eeuwen lang volgens allen die haar aanvaardden een
tweezijdige, nl. een eerst nederwaarts — en vervolgens naar boven gerichte. Eerst
het positivisme bracht daarin wijziging; de evolutietheorie van D a r w i n c.s.
b.v. kent slechts een éénzijdige, opwaarts strevende transformatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's