Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 249
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
237 der rechtswetenschap in het licht der Wetsidee
rechtskring behoort, de goddelijke beginselen zelve onafhankelijk
zijn van de historische ontwikkeling, dan wel of ze op het substraat
dezer historische ontwikkeling een dynamisch karakter vertoonen.
Daarmede is de vroeger geformuleerde vraag: „Hoe staat de Rationalistisch
Calvinistische rechtswetenschap tegenover het natuurrecht in het „utaarrechtelijke
licht onzer wetsidee gepreciseerd. Het „Natuurrecht" is een complex theorieën.
van onderling zeer uiteenloopende rechtsbeschouwingen, die een
tijdvak van meer dan 2000 jaren overspannen. Het karakter en de
zin der natuurrechtsleer is zelve geheel afhankelijk van de achter-
liggende wetsidee. Het Aristotelisch-thomistisch natuurrecht is
anders gebouwd dan het nominalistisch natuurrecht der laat-middel-
eeuwen; het humanistisch-rationalistisch natuurrecht sinds Grotius
bezit een geheel ander methodisch en „weltanschaulich" karakter
dan het antieke en middeleeuwsch natuurrecht,
Intusschen was de natuurrechtsleer, gelijk ze tot het optreden der
historische school de rechtswetenschap beheerschte, ondanks al haar
onderlinge differentieering overwegend geworteld in een wetsidee,
welke in de redc-souvereiniteit haar uitgangspunt kiest. Zulks had
gewichtige consequenties voor de opvatting van het karakter van het
natuurrecht.
Het natuurrecht werd een star geheel van materieel logische
principia, die als zoodanig met de historische ontwikkeling niets
van doen hebben.
Zoo ontstond dat noodlottig en innerlijk tegenstrijdig dualisme
tusschen een onveranderlijk, in de rede gegrond natuurrecht en een
toevallig, willekeurig, tot coclo veranderlijk positief recht.
Het natuurrecht vervulde sinds de opkomst van het humanisme
de rol van een zelfgenoegzaam zelfstandig normensysteem, dat door
de rede zelf was gepositiveerd langs den weg der logische deduc-
tie, terwijl het positieve recht zelf niet in inderdaad materieele,
zin-volle rechtsbeginselen, maar in een formeele, iedere willekeur
legitimeerende delegatienorm werd gefundeerd, nl. in het abstracte
„pacta sunt servanda".
Zoo werd practisch gesproken het natuurrecht een uitwendige
grens voor de willekeur der rechtsvormers.
In het Aristotelisch-thomistisch natuurrecht is de naturalis ratio
althans gevat als objectieve logos, die in den kosmischen samenhang
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's