Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 66

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 54

niet voorstelde, dat de nieuwe staat van zaken van langen duur zou

zijn. Ons, die achter de dingen staan, moge dat vreemd voorkomen,

maar er zijn in B i 1 d e r d ij k * s correspondentie plaatsen te over,

waaruit dat met onmiskenbare duidelijkheid blijkt i ) . Bilderdijk moet

het bijgevolg veel meer zijn belang hebben geacht te blijven dan

heen te gaan.

Bovendien achtte hij het zijn plicht: ,,daar de uitgang uit dit

Land mij niet vrij staat, heb ik 't niet in mijn keur, om elders een

bestaan te zoeken, 't geen mij hier te lande ontvalt" 2). Maar be-

teekenen die woorden niet heel iets anders ? Prof. K1 u y v e r vat

ze zoo op, dat B i 1 d e r d ij k er mee bedoeld zou hebben, dat zijn

schuldeischers hem niet ongehinderd zouden laten vertrekken 3).

Deze gissing getuigt van de eerlijkheid van den Groningschen hoog-

leeraar, want ze komt zijn tegenstanders in het gevlij ; immers het

voornemen der schuldeischers hem het heengaan te beletten zou

voor B i l d e r d i j k een motief hebben kunnen zijn een uitweg te

zoeken, dien zij niet bij machte waren te beletten, b.v. dien der

verbanning. Maar of zij juist is ? W e weten wel, dat de schuld-

eischers hem herhaaldelijk lastig vielen ; ook dat, toen hij nog

geen half uur weg was. Mevrouw al verscheidene aan de deur had

gehad, maar dat zij hem hadden kunnen beletten het land te ver-

laten, er is geen voldoende grond het te veronderstellen. Ook pleit

het verband, waarin de uitlating voorkomt, eer er tegen dan er voor.

In den vorigen zin toch stelt hij de mogelijkheid — waarvan hij het

verkeerd acht gebruik te maken —, dat hij aan de schulden, die hij

al had, nog andere zou toevoegen. Bovendien heeft hij in een brief

aan den Recensent der Mengelingen andere redenen voor zijn blijven

opgegeven : „ik bleef, om dat ik rekende 't plicht te zijn, in zulk een

oogenblik de mijnen niet te verlaten, en mijn goed niet wellicht ten

prooi te geven aan plondering etc." *)

Naast den plicht tegenover de zijnen, noemt hij hier ook als motief

vrees voor het verlies van het zijne. Met betrekking hiertoe is van

belang, hetgeen er in den zooeven aangehaalden brief volgt:

1) B.'s Eerste Huwelijk, p. 178—9, 181, 185, 191, 199 („als alles ten ergsten

loopt* is 't om een kwade drie maanden te doen").

*) Brieven II. p. 201.

') Verspreide Opstellen, p. 219.

•*) Brieven II, p. 56.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's