Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 125
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
113 Hoogere equivalenties
het eerste en het tweede lid niet hindert, als de leden maar onder-
scheiden woorden zijn. Substantief + substantief kunnen onder den
bouwvorm' subject -f- praedicaat vallen, waarmee bewezen wordt,
dat deze als uitersten op elkander betrokken grammatische bestand-
deelen niet noodzakelijk de grammatische uitersten naamwoord en
werkwoord behoeven te zijn. W e l onderscheidt zich in den vorm
S S de pure herhaling van S inwendig van de gebroken eenheid,
waarin S en S onderscheiden zijn. De noodzakelijkheid van relief
in het tweedeene ligt minder vast aan grammatische onderschei-
dingen als subject en praedicaat dan aan het algemeene anders-zijn
van het tweede bestanddeel ten opzichte van het eerste. Onder den
vorm subject-praedicaat valt ook de ledige zin f/os floret; hier redt
het uiterste onderscheid subject-praedicaat de verbinding niet van
zekere zinledigheid. Daarentegen is in aa>/xa aij/ua voldaan aan de
behoefte aan relief, hoewel amjua en ofj/ia soortgenooten zijn. Dat
substantieven samen als grammatische uitersten de verbinding
subject-praedicaat kunnen vullen, doet nog weer af aan de strakke
weionderscheidenheid van het substantief en zijn soortverwanten,
een weionderscheidenheid, die men veelal bevestigd acht door de ge-
schiktheid van het substantief voor subject en van het werkwoord
voor het praedicaat. Deze onderscheidenheid heeft een rivaal in de
genoegzaamheid van substantieven om, mits onderling verschillend,
een zin als volledige twee-eenheid op te bouwen. Omgekeerd kan
gevraagd, of misschien werkwoorden een overeenkomstige zelfge-
noegzame functie hebben; hierop is boven geantwoord. Dan, bij
blijkend gelijk vermogen van substantieven onderling en werk-
woordsvormen onderhng tot opbouw van een twee-eenheid, kan
gevraagd, of ook het werkwoord wel de plaats van het substantief
in een verbinding substantief + substantief kan nemen. Hiertoe
leent zich, gelijk bekend, het vervoegde werkwoord niet anders dan
omgezet in zijn deelwoord. Een verdere omzetting doet het vervoeg-
de werkwoord in zijn bijbehoorend substantief overgaan en deze
overgang is de wijze, waarop werkwoord en substantief equivalent
zijn {homo gaudet = homo gaudens = gaudium hominis).
Een dergelijke equivalentie werd reeds aangetroffen bij adjectief
en substantief : het adjectief bleek zijn substantief als het over-
eenkomstige abstractum te bezitten {goed—goedheid: iustus—
iustitia). Dit bezitten was : blijvend toebehooren in eenheid of in-
w. B. 8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's