Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 31

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

19 Cyrus in Jes. 40—66

hebben met een daad Gods welke reeds is volbracht, waaruit

zou volgen dat Cyrus toen al was opgetreden. W e l moeten we

aanstonds opmerken dat naast deze Perfecta staan de Imperfecta:

m ^ p» en wederom jn* in vs. 2, en DsnT , naj?' en Ni'3' in

VS. 3 ; maar K ö n i g weet voor deze afwisseling in het gebruik der

tempora eene verklaring te vinden, die aan elke argumentatie

daaraan ontleend den pas schijnt af te snijden : hij beschouwt al

deze Imperfecta als de praedicaten van relatieve bijzinnen, zoodat

de hoofdzin uitsluitend het Pcrfectum heeft: „wie heeft uit het

Oosten dien verwekt, wien . . . ? wie heeft dit bewerkt en gedaan?" ').

Deze verklaring stuit evenwel af op den Hiph-'il m ' . Dit causa-

tivum wijst terug op Hem, die dezen veroveraar verwekt, zoodat

Cyrus zelf daarvan het subject niet zijn kan. K ö n i g tracht zich

te redden door I T aldus op te vatten dat Cyrus anderen (b.v.

zijn veldhceren) koningen liet vertreden, maar dit kan toch de

bedoeling niet zijn; de schildering van Cyrus kan niet ten doel

hebben ons te laten weten wat hij anderen liet doen, maar be-

oogt vanzelf ons te teekencn wat hij zelf deed. Bovendien wordt

D'iJ r:s"' jn' met Cyrus als subject minder natuurlijk. K ö n i g ver-

taalt : „der Völker vor sich hinlegte", en verklaart dit nader

„etwa als seinen Fussschemel", en taalkundig kan hiertegen geen

bedenking worden ingebracht, maar deze opvatting heeft toch iets

gekunstelds, omdat de „voetbank" er in ieder geval eerst moet

worden bijgedacht; men vergelijke daarentegen Ps. 1 1 0 : 1 , waar

Din er wel bij staat. Men moet dus met de meeste uitleggers

hieraan vasthouden dat althans van het eerste [D' en van m ' het

subject hetzelfde is als in het vragende 'D waarmee vs. 2 be-

gint. Dat dit ook het geval is bij het tweede |n' geloof ik niet.

De exegese levert dan zeer groote moeilijkheden op die men tot

nogtoc niet heeft kunnen te boven komen, en daarom houd ik

het voor het beste met K n o b e l e. a. lann en inc^p te nemen

als subject van het verbum en ditzelf als praedicaat van een

relatieven zin, waarvan het antecedent ligt in de D'iJ en D'SSD

1) A. w. bldz. 360 v.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's