Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 185
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
173 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
„du gout" en „du bon ton", dat was wat anders —; de wet verbood
en strafte het ook nog streng, en het volksgeweten kwam er nog
spontaan tegen op. Geletterden en ongeletterden voelden zich ge-
drongen, den onverlaat te bestrijden en ferm op zijn plaats te zet-
t e n ^ ) ; algemeen zag men in den anonymus den Amsterdamschen
jongeman W i l l e m O c k e r s , die al vaker getoond had, met alle
geweld zich den naam te willen verwerven van een door-de-wol-
gever f den Voltairiaan. L u c r e t i a W i l h e l m i n a zelf zweeg.
Zij mengde zich nooit in twistgeschrijf, schijnt ook niet gehouden
te hebben van wie het wel deden; er was veel letteroorlog in haar
dagen, en geziene Remonstrantsche predikanten stonden in het
voorste gelid, maar V a n M e r k e n zien wij met dezen zelf of
hun strijdzaken nooit in eenig verband treden. 2) B e t j e W o l f f
sloeg de verkeerde snaar aan, toen zij bij haar vergeefsche pogingen
om onze dichteres te naderen, zelfvoldaan aan haar ,,verschillet je
met de Hofstediaansche kudde" herinnerde. L u c r e t i a ging dat
in haar bekende koele antwoord zwijgend voorbij; zij zal trouwens
naar allen schijn in godsdienstige denkbeelden dichter gestaan heb-
ben bij den strijdbaren professor honorarius van Rotterdam dan bij
de opspraak gevende domineesche van D e B e e m s t e r . W a n t
terwijl deze met haar satiren, van uit de Hervormde pastorie, de
Gereformeerde leer en levensopvatting onder den bijval der vrij-
zinnigheid ondermijnde en afbrak, kon de andere, schoon openbare,
overtuigde Remonstrante, met instemming van onverdacht rechtzin-
nige predikanten ^), door haar psalmen, de Gereformeerde belijders
helpen opbouwen in hun allerheiligst geloof. De moderne literatuur-
geschiedschrijving heeft de tegenstelling ook wel aangevoeld: aan
de rijmelarij van B e t j e W o l f f nog altijd volle aandacht schen-
kend, geeft zij de poëzie van V a n M e r k e n doorgaans aan de
vergetelheid prijs; terwijl het „echte", immers ,,verhchte" christendom
1) Een bundeltje van 't „Lierdicht" en tegenschriften in Bibl. Mij. Ndl. Lk.
De bibliotheek der Sted. Univ. v. Amsterdam bezit bovendien een hs. van G. W .
v a n O o s t e n d e B r u y n , onder pseudonym Actius Sincerus Severinus, ter
bestrijding van het pamflet. — W. O. gold ook voor vertaler van Beccaria (1768).
2) Zelfs in haar anti-Engelsche ontboezemingen van omstreeks 1780 vermeed
zij de binnenlandsche twistpunten.
^) Naast de commissie van negen al degenen, die volijverig de invoering van
den nieuwen bundel in de kerk bevorderden, zooals Ds. A r n . R o t t e r d a m .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's