Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 155
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
143 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
herdrukt/) Ook telde men haar in 1753 reeds in F e i t a m a's kring
onder de besten mede.^) Het stuk, dat den strijd schildert tusschen
twee broeders over de aanstaande opvolging in Perzië en over de door
beiden geliefde prinses, toonde wel talent, maar had bij de fout van
een onbevredigende oplossing een teveel aan „romaneske gevoelens
en uitdrukkingen", als D e C 1 e r c q het noemt.*) Wij merken nog
bijzonder op: de gevoelige lyrische alleenspraken (over de tegen-
stelhng tusschen land- en hofleven *), over de vriendschap), en den
godsdienstigen ernst dezer Perzen, in hun gebeden, hun vertrouwen
op de goden, hun veroordeeling van den zelfmoord.
Volkomen stilgestaan heeft L u c r e t i a's dichtkunst niet. W a a r -
om zij niet veel heeft voortgebracht, en bijna niets uitgegeven,
tusschen 1745 en 1762, willen wij trachten te verklaren.
Groot werk, en grondige voorbereiding, zal stellig haar bedoeling
zijn geweest. Welnu, zij heeft een nieuw drama, wellicht meer dan
een, op touw gezet. V a n haar Maria van Bourgondië, voor het
eerst uitgegeven in 1774, deelt zij mede, dat „de troostrijke bespie-
gelingen", hoe de Hoogste Macht over deze vorstelijke wees in
alle onheilen kennelijk waakte, haar reeds vóór ruim 20 jaar tot
bewerking van die stof hadden gebracht. Dus vóór 1754. Zij vond
er in later jaren „wezenlijke misslagen" in. Had zij het dus toch,
tot voorzichtige zelfcritiek bekeerd, „in nonum annum" laten lig-
gen? Er waren wel andere oorzaken voor de vertraging. Van
anderer oordeel spreekt zij niet; omdat haar echtgenoot het hooger
schatte, ging zij tot radicale omwerking over. Het bleef evenwel
een zeer zwak stuk, historisch en dramatisch*); de oorspronkelijke
fouteU' zullen te diep hebben gezeten.
Dit vaderlandsche drama kan haar lang bezig hebben gehouden;
^) Zie Voorbericht van Tooneelpoëzy II. Bejaard en beroemd, acht zi] het dan
wel zelf „van veel te jongen tijd en niet aan de noodige kunstvereischten voldoend".
^) Zie boven blz. 11.
^) Ontleening aan C o r n e l l ! e's Rodogune, door Schoonneveldt,
W o r p , T e W i n k e 1 aangenomen, acht ik geheel onbewezen. Men vergeet te
veel — ik denk hierbij ook aan het boek van B a u w e n s —, dat lang niet iedere
overeenkomst afhankelijkheid bewijst.
*) Een bekend motief, dat echter V a n M e r k e n zeer na aan het hart ligt:
Waare Geluksbedeeling, Brief aan hei Volk, Maria de Medicis aan Lod. XIII.
^) Hoe K 1 o o s dit het beste kan vinden, is mij een raadsel. Heeft Kij zich bij
de andere mogelijk tot „doorkijken" bepaald? A.w. 246, 244.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's