Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 212
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 200
beide soorten van definities met de aanduiding dat ze ten deele
bij allen voorkomen (dus de termen >{oival jiQolijyjei; en xocval ëvvotm)
bij Z e n o niet aan.
10. Rest nog de dialectiek, de leer omtrent de rol die de
individueele logos in bewijzen en spreken vervult. W a n t beide
worden hier, evenals bij de prae-Platonische denkers en de sophis-
ten, nog in het woord „logos" samen genomen,') al getuigt de
lijst van z'n werken bij D i o g e n e s L a ë r t i u s er wellicht van, dat
Z e n o teeken en uitdrukking onderscheidde.^) Deed hij dit inder-
daad — de onzekerheid hangt samen met de vraag, wat hij in een
dezer geschriften onder „teekens" verstond — dan bereidde reeds
hij de later gangbare onderscheiding tusschen dialectiek in engeren
zin en rhetorica voor, al schijnt het dat hij de termen „logos
endiathetos" en „logos prophorikos" nog niet daartoe heeft aan-
gewend.
W a t nu de dialectiek in ruimer zin betreft — de Stoa zoekt
eerst op haar terrein de reflectie: de wetenschap is beperkt tot bewijs
en overreding. In deze stelling werkt de invloed van de ken-
theoretische klein-Socratische scholen — zij 't ook beperkt door
de erkenning van een niet-wetenschappelijke kennis — door. Allicht
mag men, gezien den invloed van S t i l p o , ook deze grondgedachte
reeds bij Z e n o vermoeden.
W a t de dialectiek in enger zin aangaat: de logos wordt volgens
één der teksten gevuld met de nog niet voltooide oordeelen;^)
elders heet het dat hij bezaaid wordt en verzameld uit waarnemingen
en elementaire voorsteUingen,^) en wel — zooals Z e n o in over-
eenstemming met A l k m a i o n en A r i s t o t e l e s leert — omstreeks
het veertiende levensjaar. ^) Door dit bezit ontstaat de aretè; of
liever — zooals Z e n o zichzelf in de rede valt — de logos is de
aretè *), het loutere in den mensch, in welke, krachtens z'n oorsprong
uit het lagere, zoowel goed als kwaad ingaan. ^)
1) S. V. F., I, 40. 27-31.
2) S. V. F., I, H , 36? en 15, l.
') S. V. F.. I, 41, 2.
*) S. V. F., I, 40, 37.
5) S. V. F., I, 40, 33 en 37.
6) S. V. F., I, 50, 3.
7) S. V. F., I, 49, 3 5 - 5 0 . 13.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's