Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 65
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
53 De Uitzetting van Mr, Wiltem Bilderdijk
nemen, dat hij liefst niet zijn praktijk prijsgeven wou. Dat men hei»
die „zou doen ontzeggen", „was 't hoogste dat ik vreesde" i ) . Nu
was zij, toen B i 1 d e r d ij k verbannen werd, stellig lang zoo druk
niet meer als vroeger 2), toen hij vaak tot in den nacht — tot drie
of vier uur 3), als men hem gelooven mag — ervoor bezig was; hij
deelt ons zelf mee, dat hij geen nieuwe zaken aannam, maar alleen
de hangende voortzette *). Toch is er geen voldoende grond om zijn
praktijk als „verloopen" voor te stellen 5); vergeten we niet, dat de
omwenteling nog maar twee maanden tevoren had plaats gehad.
Maar ook al zou hij op het oogenblik der uitzetting niets te doen
hebben gehad, verbannen te worden zou toch niet begeerlijk voor
hem geweest zijn. Immers daardoor zouden de relaties, die hij in
den loop der jaren verworven had, geheel worden afgebroken, en
zou uitgesloten worden, dat hij na verloop van tijd weer wat
te doen kreeg. Hierop legt hij den nadruk in zijn schrijven van
H November 1797 aan den Stadhouder:
die met mijn praktijk alles verloren heb, en zulks niet slechts voor 't
voorledene, en ten aanzien van 't geen ik of reeds gewonnen had, of in den
tusschentijd mijner uitlandigheid had kunnen winnen, maar ook voor het
vervolg, daar het fonds onzer praktijk van onze correspondentiën afhangt,
welke niet dan langzamerhand en door verloop van jaren gevestigd worden
en eens verloopen niet weer te herstellen zijn.
Den Haag schijnt in B i 1 d e r d ij k ' s tijd allerminst een Eldo
rado voor advocaten geweest te zijn. Naast hem waren er slechts
vijf of zes, „die eenen genoegzamen of ruimen practijk hadden".
Vijf jaar had men noodig — en dan moest men ook goed wat te
doen hebben — eer men van zijn praktijk leven k o n ^ ) . W i e het
eenmaal zóó ver gebracht had, gaf haar niet zoo licht prijs. V oor
B i 1 d e r d ij k was er te minder reden om dit te doen, daar hij zich
1) Ib., p. 52.
») cf. K o l l e w i j n , Bilderdijk, p. 217, noot 2 ; ook in het handschrift
van K u m p e 1 wordt gezegd, dat „zijn praktijk als advocaat bloeyde tot den
jare 1795 toe" (p. 24; BjlderdijkMuseum).
' ) Brieven II, p. 66.
*) Ib. p. 52—53.
*) gelijk P r o f . P r i n s e n doet, Handboek', p. 536.
«) Brieven II, p. 58.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's