Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 190
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 178
niet verborgen te houden; ze verkondigden hun meeningen in 't
openbaar en verkregen grooten aanhang. Nu vloeien wel is waar
de bronnen, uit welke men hun theorie kan leeren kennen, niet
rijk. Maar ook dat is niet het hoofdbezwaar: er zijn immers wijs-
geeren van wie ons heel wat minder is overgeleverd en wier
gedachtengang we toch vrij gemakkelijk kunnen volgen. De moei-
lijkheden liggen veeleer in den aard dezer bronnen: voor de
kennis omtrent Z e n o c.s. moet men bijna steeds terecht komen
bij hun tegenstanders, zoowel dogmatici — Platonici, Aristoteleci
en Epicureeërs — als sceptici. Dit nu bracht twee bezwaren met
zich. Het eerste, hoewel belangrijk, was van formeelen a a r d :
men moest heel wat lectuur doorwerken die weinig met de oude
Stoa te maken had om hier en daar iets omtrent haar op te
diepen. Geen wonder dat sommigen, o.a. B o n h o f f e r , een weg
kozen, die korter scheen: ze stelden eerst een onderzoek in naar
de jongere Stoa en reconstrueerden vervolgens met behulp van
het gevonden resultaat de theorie der oudere school. Doch ze
vergaten daarbij, dat S e n e c a , E p i c t e t u s en M a r c u s A u r e l i u s
leefden na de opkomst van het eclecticisme en het oorspronkelijke
dus van hieruit onmogelijk viel te reconstrueeren. Z o o restte toch
niet anders dan de omslachtige weg der verzameling van de oudere
getuigen, op welken vooral J. v o n A r n i m z'n sporen heeft ver-
diend. Sinds de verschijning van z'n werk Stoicorum veterum
fragmenta') was 't onderzoek heel wat minder tijdroovend; de
mooie monographic van B r é h i e r over Chrysippus ^) was zonder
v o n A r n i m ' s werk wel niet mogelijk geweest. En nu M. A d l e r
het in 1924 door z'n indices^) completeerde is 't naslaan van
verschillende citaten al weer wat vergemakkelijkt.
Werden zoo de formeele moeilijkheden steeds meer uit den
weg geruimd, de materieele werden juist daardoor aanvankelijk
grooter: men was nu eenmaal aan de resultaten der reconstructies
van uit de jongere Stoa gewend, al waren die dan wel eens ver-
kregen door een „interpretatie" van sommige citaten die achteraf
') Stoicorum Veterum Fragmenta coUegit J o a n n e s a b A r n i m , Lipsiae in
aedlbus B. Q. Teubneri II en III, 1903 en I, 1905 (voortaan geciteerd als S. V . F.).
2) É m i l e B r é h i e r , Chrysippe, Paris, F. Alcan, 1910 (voortaan geciteerd als
B r é h i e r I).
') Z e verschenen als volumen IV der S. V . F., eveneens bij Teubner.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's