Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 123
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Ill Figura etymologica
eenheid. Figura etymologica is elke verbinding, welker bestand-
deelen op elkander toespelen als verwanten. Afwijkend van de ge-
wone opzichtigheid van het type S P en S P O heeft het afwijkende
S P P ( = 0 ) den schijn van echte opzichtigheid; het tegen de ver-
wachting zich herhalende is wel eentonig, maar daarin ongewoon,
wel strak en dichter bij den oorsprong, maar door de gewenning
aan het buigzame en gebogene, dat zijn oorsprong vergeet, doet
het aan als bijzondere en hoogstbereikte opzichtigheid, die ver van
haar oorsprong moet liggen. Vatten wij nu als figura etymologica
op alle verbindingen, waarin zich een lid, in grammatische functie
van het andere onderscheiden, uitwendig als gelijk aan dat andere
herhaalt, dan is er naast S P P en S S O ook een vorm S S S. Deze,
als het ware etymologische figuur van hooger effect, doet tegelijk
opzichtiger aan en illustreert beter den oorsprong der syntactische
verbinding dan het aparte geval P O ( = P ) , waar het Grieksch
voorkeur voor gehad heeft. Voorbeelden van deze radicalere figura
etymologica als : (een) wever weeft weefsel; werker werk (je)
werk werkzaam laten, als in vergroot model, de functie van het ze
bouwend beginsel zien. Zij maken duidelijk, dat syntactische ver-
bindingen, ontberend onderscheidende beteekenisdragers ter
vulling hunner bestanddeelen en gereduceerd tot het onderscheid
van morpheem en grammatische betrekkingen alleen, als zij zich
voeden met slechts één beteekenissubstantie, tot het opbouwen
van zinnen niet toereiken. Een met zijn eigen — etymologisch —
attribuut zich verbindend subject, dat zelf weer zijn eigen — etymo-
logisch — praedicaat ter aanvulling ontvangt is een geleed geheel,
dat, ondanks zijn geleding, niet eenheid van het menigvuldige is,
maar starre eenheid, die vanaf haar eerste bestanddeel niet meer
groeit. Zij staat stil, terwijl de rijging der syntactische bestanddeelen
voortgaat. Eén enkele beteekenis kan niet met behulp der correla-
tieve morphemen van eiken syntactischen bouw een zin tot stand
brengen, die loopt. En toch staan bij den opbouw van den meest
met beteekenis gevulden zin geen andere morphemen dan deze ter
beschikking. Zoo blijkt via de figura etymologica het onvermogen
der overigens wel onderscheiden morphemen en categoriën S, P en
O, om zonder verdere onderscheidingen in het ze vullend materiaal
een verbonden eenheid tot stand te brengen. Niet meer gesteund
door een eveneens in zichzelf geleed materiaal van beteekenissen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's