Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 129
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
117 Uiterste scheiding en synthese
van tot heden rangschikken naast andere mogelijkheden, die ook
blijken voor te komen i ) . D e verknochtheid der gedachte aan het
empirische is een feit. Zij heft niet op, dat de aard der gedachte is,
het feitelijke te ordenen vanuit een eenheid, die boven het feitelijke
uitgaat. Zoo kan, nadat uitbreiding van empirisch gebied het inzicht
aan nieuwe eenheden en nieuwe relaties geholpen heeft, achteraf
ook reeds binnen de grenzen van het vroeger bekende het beginsel
worden opgemerkt, dat door ruimere ervaring tot klaarheid kwam.
Bijv. de eenheid van grondvormen der taal, die door confronteering
van empirische uitersten als de Europeesche en de Amerikaansche
groep zichtbaar wordt, kon ook binnen de Europeesche talen, wat
naamwoord en werkwoord betreft, reeds worden gezien. De ver-
schijnselen van toebehooren, impliceeren en equivalentie, die wij
boven alleen in ons bekende talen opspoorden, waren op zichzelf
reeds documenten der eenheid. Binnen het beperkte gebied van die
enkele talen staan zij echter zoozeer in de schaduw van machtige
tegeninstanties, dat de gedachte ongegrond en grillig schijnt, als
zouden juist deze weinige en onaanzienlijke verschijnselen den grond
van alle andere beter openbaren dan deze zelf. En toch is in beginsel
de grond der menigvuldige verschijnselen slechts in minderheid, on-
aanzienlijk of als niets gegeven : al het verenkelde in het menig-
vuldige moge zich voordoen, alsof het zijn grond in zichzelf heeft,
de eenheid die het tegelijk is, de onbestendigheid, waaraan het
onderhevig is, spreken daar tegen.
E. Uiterste scheiding en synthese.
Dat het menigvuldige in zekeren zin het ééne is, is het beginsel,
waarop ons onderzoek rust en dat wij, losgemaakt uit zijn toepas-
singen, nu nog eens in zijn successievelijke gestalten willen door-
loopen. Het geldt reeds van klanken op zichzelf en hun verschillen ;
een ruimere en minder eenvoudige toepassing krijgt het, wan-
neer klanken tot beteekenissen worden. Klanken op zichzelf
genomen, zijn met alles wat verder klank is, als soortgenooten één,
en verder van elkander onderscheiden : de eene klank is niet de
andere, zoomin de eene kleur de andere is. Zoo vormen zij een
ordelijk geheel van soortelijke saamhoorigheid en onderscheidenheid
^) Vgl. V. B r 0 n d a l , Les parties du discours, Copenhague 1928.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's