Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 227
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
/
215 Rousseau en het Calvinisme
Mogen we R o u s s e a u zelf gelooven, dan is hij opgegroeid in
een echt Calvinistisch milieu. R o u s s e a u zelf zegt dat hij de
grootste achting voor zijn vader heeft, en dat hij een goed man is.
,,Je ne me rappelle point sans plus douce emotion la mémoire du
vertueuz citoyen de qui j'ai re?u le jour et pui souvent entretint mon
enfance du respect qui vous étoit du. Je le vois encore, vivant du
travail de ses mains et nourrissant son ame des vérités les plus
sublimes. Je vois Tacite, Plutarque, et Grotius, mêlés devant lui
avec des instruments de son métier. Je vois a ses cótés un fils chéri
recevant avec trop peu de fruit les tendres instructions du meilleur
des pères. i)
Ook over zijn moeder spreekt hij in zeer vereerende woorden.
En, ofschoon hij soms een loopje neemt met het piëtisme van zijn
tantes, vooral van tante T h e o d o r a B e r n a r d , 2 ) wil hij toch
voortdurend den indruk geven, dat hij een goede, Calvinistische
leiding heeft ontvangen.
Zijn opvoeding was kuisch en onder goede tucht, minstens zoo
goed als de opvoeding van eenig ander kind. 3)
Zoo moeten we den indruk krijgen dat het milieu waaruit R o u s -
s e a u voortkwam, dat is, van een goed Calvinistische familie.
O p deze getuigenissen zijn verschillende schrijvers, die het
vraagstuk dat ons bezig houdt, behandelden, afgegaan. Men vergat
daarbij echter twee vragen te stellen. In de eerste plaats deze : wat
verstond men onder een hoogstaand en zedelijk leven in de jaren
na 1712 in Geneve, en in de tweede plaats: overdrijft R o u s s e a u
ook wanneer hij het heeft over het zedelijk leven van zijn ouders
en familie?
T e dezen opzichte moeten we dan in de eerste plaats opmerken,
dat klaarblijkelijk in het begin van de 18e eeuw in Geneve een
zekere inzinking van het godsdienstig leven moet worden gecon-
stateerd, en dat de voorvaderlijke gestrengheid in menig opzicht
niet meer werd gekend. W e weten bijvoorbeeld dat in 1733 de
Geneefsche predikant V e r n e t aan zijn collega T u r r e t t i n i
schreef: „M. Votre fils a pris un maïtre a danser, qui
1) Oevres. I. 76.
2) Conf. VIII. 16.
») Conf. VIII. 43.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's