Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 232
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
If
Rousseau en het Calvinisme 220
geleerd, de nachtelijke straatspectakels van zijn vader vrij vanzelf-
sprekend te vinden.
Zien we dus op welke wijze R o u s s e a u werd opgevoed, dan
hebben we geen enkele reden om te zeggen, dat het Calvinisme een
stempel op hem moet hebben gedrukt.
En nu onze laatste vraag : hoe was speciaal in de keerpunten
van zijn jeugd, omstreeks het 6e a 7e levensjaar en omstreeks het
12e tot 14e levensjaar, de invloed die op het leven van R o u s -
s e a u werd uitgeoefend ?
Omstreeks zijn 6e a 7e jaar leerde R o u s s e a u lezen. Zijn
vader maakte onmiddellijk daarvan gebruik om met het kind des
nachts romantische verhalen door te nemen. De vader had klaar-
blijkelijk niet geleerd door het feit dat zijn oudste zoon het ouderlijk
huis had verlaten om nimmer terug te keeren. Die oudste zoon was
dus blijkbaar ook al iemand met een avontuurlijken geest en een
ongeremde houding.
Merkwaardig is, dat R o u s s e a u juist steeds over deze periode
spreekt en ook telkens vertelt van de spanningen die hij op 6 a
7-jarigen leeftijd doorleefde bij het lezen van zijn lievelingsschrij-
vers 1). Indien er iets geschikt is om het gemoedsleven van een
kind permanent in de war te brengen, dan is het dit, dat men het
kind, juist dan wanneer het begint oog te krijgen voor de realiteiten
in de buitenwereld eenerzijds een scheef beeld geeft van het leven
en anderzijds, vooral wanneer het reeds emotioneel is, telkens
groote aandoeningen en spanningen laat doorleven.
En dat geschiedde bij R o u s s e a u , en dan zelfs zoo, dat de
voor het kind altijd geheimzinnige nacht niet gebruikt werd voor
den slaap, maar voor het doorleven van het mysterie met den vader.
Nu komen tusschen het 10e en 12e jaar wel de maanden bij
L a m b e r c i e r maar we moeten niet vergeten, dat we in de
notulen van den kerkeraad van Geneve niet den indruk krijgen, dat
L a m b e r c i e r een buitengewoon ijverig mensch was. Zou de
jonge J e a n J a c q u e s , die het na zijn verblijf bij dezen predi-
kant nergens meer kon uithouden, wegens zijn ongezeggelijkheid
en zijn ongedisciphneerdheid, misschien daarom ook het zoo goed
bij L a m b e r c i e r hebben gevonden ?
^) cf. de boven aangehaalde uitspraken uit zijn Conf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's