Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 192
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 180
1. Wijl nominalistisch verzet de Stoa zich tegen de realistische
theorie omtrent de universalia en tegen h are consequenties op
ieder terrein. De eerste vraag, h ier te stellen, is dus deze: „ W a t
zijn die „universalia" die bij de groote realisten der oudh eid zulk
een voorname rol spelen ?"
2. Wanneer P l a t o tot de ontwikkeling van een eigen systeem
is gekomen, vertoont h et universale daarin h et karakter van
„idee". Deze term is verwant met een anderen, nl. „eidos", die
reeds bij D e m o c r i t u s voorkomt en h et zich tbare spannings
oppervlak der dingen in de omgeving aanduidt. Deze eidos ver
kreeg in h et systeem van P l a t o daarom zoo groote beteekenis,
wijl h ij alle dingen besch ouwde als tech nisch aesth etisch , dus
passief, gevormd door den actieven demiurg. De dingen bestaan
z.i. derhalve uit een omsluitenden vorm en een ingesloten inh oud. Bij
laatstgenoemden ondersch eidt h ij vier elementen. Eerstgenoemde
is de bijzondere vorm die zelf weer ontstaan h eet door een verbin
ding van h et onbegrensde plaatsbiedende, de jjcóga ^ bij P l a t o
de cindelooze omgeving, z.i. h et principium individuationis —, en
de begrenzing. Wetensch ap is niet mogelijk omtrent de elemen
taire en onberekenbare stof, slech ts omtrent de vormen: alle
wetenschap is math esis. Terwijl nu de math ematicus zich bezig
houdt met de vormen aan de stof, verh eft zich de wijsgeer tot
die h oogte op welke men de eidè sch ouwt los van de stof: daar
vindt h ij de grondvormen, de oertypen van alle begrensdh eden
der ruimte, de eerste figuren, die h ij met de arith meticalistisch c
wiskundigen van zijn tijd voor arith metiseering vatbaar ach t en
daarom ideaalgetallen noemt; daar vindt h ij ook de h oogste idee:
z'n god. Alle dingen h ebben dus door h un vorm aan deze h oogste
idee deel. De wijsgceren die zich met elkaar over de ideeën onder
houden zijn dus degenen die doorzien, h oe de oerkunstenaar, de
demiurg, al 't geordende vormde. O p dezen grond nu h eeten ze
tevens bevoegd een th eorie omtrent h et staatsieven te ontwerpen.
Ook h ier beh oort h et elementaire geweld, h et volksleven, in toom
te worden geh ouden door den omh cinenden vorm — den stand
der wac h ters —, en tot regeeren geroepen zijn zij die zich voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's