Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 170
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Leerschool van Lucretia Wilhelmina 158
in den hemel. Heerlijk vooruitzicht in de hevigste smart! („Keert
dikwerf weder, o gezaligde oogenblikken"...) Dit doet de vrij-
gekochten het beschreid gezicht vertrouwend opheffen tot den
Verlosser. Niet altijd echter zijn de oogen van het geloof geopend,
maar door Gods genade breekt telkens het licht weer door, en
het offer des gebeds vaart naar des Heilands troon en wekt zijn
deernis. De dood brengt de zege der ziel. („o Driewerf welkom
u u r " . . . ) Hoe blijde zien de afgeloste zielen terug, terwijl zij het
bazuingeschal verwachten. Treurigen, schept moed, ziet op de
wolke der getuigen in den hemel, van aartsvaders tot ontslapen
vrienden en magen. (Daar zijn ook haar ouders: het treffend
huiskruis van hun kroost zien zij niet; maar zij hoopt op weder-
zien.) Ziet op Jezus, die u plaats bereidt, legt het anker vast aan
Zijn belofte, vergaapt u niet aan het klatergoud der wereld.
De dichteres besluit met een persoonlijk gebed, waarin het aan-
vankelijke wij—ons in ik—mijn overgaat: dag op dag schreien
wij U aan. Gij verhoort niet; om wijze redenen, voor ons, en
anderen. Ons hart, „door driften overheerd, — Dat onophoudlijk
wenscht, en eindeloos begeert, — W i l . . . 't heil des hemels en
der aarde t'saamenvoegen: — Bepaal die wenschen . . . gun ons
niets dan 't geen Uw wijsheid dienstig acht." Leer mij mijn kruis
dragen, tot ik sterf, en „van nabij in U mijn heil beschouw."
Uit de persoonlijke trekken blijkt, dat het gedicht niet na den
dood van moeder en zuster, in (1759—) 1760 gemaakt is, maar dat
het tijdens haar beider leven is begonnen en nog vóór W i 1 h e 1-
m i n a's dood voltooid. De apostrophe op het einde tot de ouders
in den hemel, die het „huiskruis" van het schreiend kroost niet
zien — huis is telkens: gezin, familie — stelt dit laatste buiten
twijfel. In den tweeden zang hoopt de moeder nog tegen hoop op
herstel der dochter. Maar W i 1 h e 1 m i n a is al jaren achtereen
in lijden ^), en L u c r e t i a heeft al jaren achtereen bij 't krankbed
gesleten*); derhalve zal het in 1757—1759 ontstaan zijn. Veel
vroeger zal het ook niet ontworpen zijn, want de aanleiding lag in
de langdurige rampen van het eigen gezin.
Het werk heeft stellig schoonheid van gedachten en gevoelens,
1) Nut d. T., 32 (tweede Zang).
2) Z.w. 12 (eerste Zang).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's