Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 124
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 112
zeggen de welonderscheiden grammatische vormen allen hetzelfde.
In deze situatie gebracht verliezen zij de zelfstandigheid van functie,
die anders aan subject, praedicaat, object en verdere grammatische
categoriën eigen is. Dit onderscheid verliezen is een aanwijzing
van de eenheid der syntactische categoriën. W e l is ze niet door-
gaande, in alles zich bestendigende eenheid zonder onderscheid:
de bovengenoemde zinnen van type S S S beteekenen nog wel iets;
maar dit kan ook niet gevergd worden, nadat in menigte van
gevallen de weionderscheidenheid gebleken is. Het is treffend
genoeg, dat het gelukt, situaties te vinden, waarin deze onder-
scheiden zoo grondig verdwijnen. De vraag naar de eenheid zal
nooit anders kunnen worden beantwoord dan door documentatie
met een daartoe uitgekozen deel der syntactische verschijnselen :
het overige deel blijft ter beschikking van de stelling der weionder-
scheidenheid, die niet onwaar, maar ook niet zoo volledig waar is,
als de taalkunde zonder het bewust uit te spreken veelal be-
doelf. W a t hier blijkt, is het onvermogen der ledige vormen om een
zin op te bouwen. Tot minder dan een ledig schema worden zij,
wanneer ook nog het ééne beteekenisbestanddeel, dat hun in het
voorbeeld S S S werd gelaten, wordt weggenomen: dan blijft
slechts de zinlooze vertooning der morphemen, die als abstractie,
op zichzelf gesteld, niets beteekenen, maar terstond hun rol her-
nemen, wanneer ze, bij wijs van voorbeeld, met eenige semantische
vulling worden voorzien.
Behalve den aard der in gewoon zinsverband welonderscheiden
categoriën illustreert het voorbeeld S S S het onvermogen van een
semantisch bestanddeel, om met de enkele hulp van zijn etymologi-
sche verwanten een zin op te bouwen. Ook hier keert de taal zich
tegen het al te overeenkomstige in de verbinding tot eenheid en het
echte wezen eener eenheid, die beteekenis heeft, blijkt in breking
en wederzijdsch relief, dat is betrekkelijke vreemdheid der elementen
tegenover elkander, te bestaan.
D. Hoogere equivalenties.
Aan den eisch van voldoend onderscheid kan voldaan worden,
zonder dat het in eenheid verbondene onderling als grammatische
categorie ook onderscheiden is. Substantief -|- substantief kan een
volledige twee-eenheid zijn, waarin de overeenkomst in soort van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's