Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 171
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
159 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
van woord en klank. De verzen hebben vaak een vollen toon en
breeden gang, die aan betere tijden herinneren, en al overheerscht
de van vorige geslachten overgenomen, vooral op V o n d e l en
zijn rhetoriek teruggaande, geijkte dichtertaal. V a n M e r k e n
beschikt er vrijer en gevoeliger over dan vele anderen, F e i t a m a
en D e H a e s niet uitgezonderd; haar bewoording is in dat kader
zuiver en doeltreffend, terwijl ook het meer eigen, teekenende
woord niet geheel ontbreekt. Maar onverdeelde bewondering heb-
ben wij niet voor het gedicht. De compositie draagt de sporen van
de wording bij stukken of stukjes. Het plan vinden wij nog wel,
als wij zeer nauwkeurig lezen, maar, hoezeer ten volle rekening
houdend met overgangen, wij stuiten toch niet zelden op verschui-
vingen en herhalingen, die de orde breken en den draad licht doen
verliezen. De afzonderlijke gedachten zijn ook niet altijd even goed
te vatten, en haar onderlinge samenhang laat wel eens te wenschen
over. Toch leest men het nog met genoegen en stichting; er is
bewogenheid in, en diepe ernst.
Uit een leerstelhg oogpunt wijzen we op een enkele schuchtere
poging om openbaring en toenmalige wetenschap met elkaar te
verzoenen, en op Remonstrantsche draden in het weefsel. In het
overzicht heb ik ze verzwakt noch aangezet; toch spreekt het ge-
dicht zelvC duidelijker. Het is niet te ontkennen, dat in onze letter-
kunde, en in heel het geestesleven van ons volk, de dissenters een
groote rol hebben gespeeld : Remonstranten en Doopsgezinden van
allerlei slag zonder scherpe onderlinge begrenzing. In de 18de
eeuw inzonderheid zette de Arminiaansche invloed zich breed uit,
niet alleen buiten, maar ook binnen de kerk. Het Remonstrantisme
van L u c r e t i a W i l h e l m i n a is echter tamelijk ouderwetsch,
dat wil zeggen veel dichter staand bij de rechtzinnige leer der toen
nog heerschende kerk dan bij de vrijzinnigheid der „broederschap"
van een eeuw later. Dat L u c r e t i a van V o 11 a i r e's wanbe-
grippen niets wilde weten, ligt voor de h a n d ^ ) . De „Rede" en de
„Wijsbegeerte" vinden, naar den eisch van den tijd, bij haar een
plaats, maar niet groot; zij verdringen in geenen deele het geloof.
Hoe gematigd zij de tolerantie — ook een schibboleth — ver-
stond, blijkt op het eind van haar leven nog uit den dichtbrief aan
1) Nut d. T., 266 (1752).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's