Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 211
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
199 Het nominalisme van Zeno den St oïcijn
elementen in het psychische ook in de begripsthcorie doorvoert,
waarmee ze één der wegen heeft gebaand naar de latere trans
cendentaalphilosophie.
b. T o t de kentheoric behoort volgens Z e n o ook nog de leer
van het oordeel voorzoover het een reflecteerend karakter mist.
Daarbij is het ook z.i. allereerst om de definitie te doen. Volgens
de realisten was deze alleen mogelijk wanneer men het individueele
zag als een objectieve verbijzondering van het even objectieve
algemeenc: het verschiltusschen P l a t o e n A r i s t o t e l e s beperkte
zich tot den strijd over „deelname aan het hoogere" of „insluiting in
het eerdere". Volgens het nominahsme is deze algemeenheid echter
vaagheid: ze typeert een bepaald stadium van het proces dat de oor
deelende doormaakt bij de voltrekking van het oordeel, dat z'n voU
tooiïng vindt in de definitie van het individueele. Dit beginstadium
van het oordeel {nQÓXt jxpig, intelligentiae inchoatae) is dus iets dat zoo
spoedig mogelijk dient overwonnen. Al handelt het eenige citaat
van Z e n o waarin deze term voorkomt') over de verhouding
van dit vage oordeel tot den logos en al blijft dus de betrekking
waarin het staat tot het voltrokken oordeel {evvoia) in het duister,
beide termen zijn toch ook hem reeds bekend ^), al stelde ook hier,
volgens de mededeeling van P l u t a r c h u s , eerst C h r y s i p p u s
scherper het verschil tusschen beide vast. ^)
Doch volgens Z e n o dekken algemeenheid en voorloopig
heid elkaar niet: hij kent ook nog het algemeene als het bij alles
aanwezige. Dat blijkt wel uit den term *) „algemeene wet" {xoivo?
vófxoi;) — reeds vroeger (in de bespreking van de physisleer) aan
gehaald —, dien hij gebruikt ter aanduiding van het kosmische
proces. Het feit, dat Z e n o dus 't algemeene = 't vage en het
algemeene = 't bij allen voorkomende onderscheidt, stemt scep
tisch ten opzichte van de juistheid der stelling, die men o.a. ook bij
P r a c c h t e r vindt, dat de voorloopige definitie gelijk is aan de volgens
de Stoa bij allen voorkomende voltooide definities: „ngoXijyiecg (oder
xoival êvvoiat )" ^), al treft men de verbinding van de namen voor
>) S. V. F., I. 41,2.
2) S. V. F., I. 41, 2 en I, 18, 34.
^) P l u t a r c h u s , De commun. not. 2, 1059 c, aangehaald bij Sandbach, a. art.,
pg. 44.
*) S. V. R. I, 43, 2.
') U e b e r w e g — P r a e c h t e r , a.w., pg. 418.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's