Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 264
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De structuur der rechtsbeginselen en de methode 252
In de rechtsidee daarentegen vat de bovenbedoelde zin-synthesia
de generale zinstructuur van den rechtskring „in expansieve" of
„verdiepte functie" d.w.z. in benadering van den zin van moraal- en
geloofskring.
In de „rechtsidee" wordt het recht gevat als „gerechtigheid".
De idee is ge- Deze onderscheiding van „begrip" en „idee" ontmoeten we bij de
richt op de zin-
totaliteit en wijst zin-synthetische omvatting van den zin van iederen wetskring. Zoo
daarmede heen kunnen we onderscheiden begrip en idee van het getal i ) , van de
naar de religi-
euze zin-volheid ruimte, van de beweging, van den organischen levenszin, van den
boven de kosmi- psychischen gevoeligen bewustzijnszin, van den logischen, den
sche tijdgrens.
historischen, den socialen zin, den taaizin, den aesthetischen zin, den
economischen, juridischen, moreelen en pistischen zin. De idee is
steeds gericht op de zin-totaliteit en wijst daarmede boven de tijde-
lijke werkelijkheid uit naar de boventijdelijke rehgieuze zin-volheid.
Het ..rechtsbegrip" onderstelt een eigen normatieve zin-volle wet-
matigheid van den rechtskring, evenzeer als het getalsbegrip een
eigen wetmatigheid der getallen, het ruimtebegrip een eigen wet-
matigheid der ruimtefiguren, het bewegingsbegrip een eigen wetma-
tigheid der bewegingsfuncties onderstelt.
Daarom beteekent het positivisme in iedere gedaante, ook in die
van het moderne „critisch positivisme", een zin-verstoring van het
rechtsbegrip, daar het de eigen zinwctmatigheid des positieven
rechts loochent en alleen een abstract-Zog-tscfte wetmatigheid aan-
vaardt. Ondanks alle dwaling ten aanzien van de zin-structuur der
rechtsbeginselen, blijft het de onvergankelijke verdienste van de
materieele natuurrechtstheorie aller tijden, dat zij begrepen heeft,
dat de mogelijkheid inderdaad rechtswetenschap te drijven, afhan-
kelijk is van de gelding van een boven alle wetgeverswillekeur ver-
heven materieele wetmatigheid van het recht.
^) Naar zijn begrip is het getal discreet-quantitaiief. N a a r zijn idee kan het
getal in zijn verdiepte zinfunctie van het oneindige en het differentiaal den zin
resp. van de continue ruimte en van de beweging benaderen. De 0ee van het
getal heeft echter daarboven zooveel zin-dimensies als er wetskringen in de
kosmische orde op den getalskring volgen ! Vanuit dit gezichtspunt kan ook
aan S p e n g 1 e r's historische duiding van het getalsbegrrp recht geschieden.
De getalszin heeft inderdaad een historischen anticipatiesfeer, welke in de logische
anticipatiesfeer is gefundeerd. Tegelijk blijkt echter bij S p e n g 1 e r luce clarius
de verabsoluteering van dezen anticipatiesfeer, waardoor het getalsbegrip zelve
in relativistisch-historistischen trant ontbonden wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's