Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 239
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
227 der rechtswetenschap in het licht der Wetsidee
Het positieve recht is weder tot probleem gemaakt en dit kan nim-
mer zonder dat men boven het positieve recht uitgaat en daarmede
implicite de grondstelling van het positivisme prijsgeeft. K e 1 s e n
zelf, die aan de rechtswetenschap tot taak stelt het materiaal van
het positieve recht met uitschakeling van alle „ethisch-politische"
waardeeringsoordeelen over zijn inhoud als een systeem van formeel-
logische oordeelen te begrijpen, gaat uit van een niet-positief-rechtc-
lijke grond-, of oorsprongsnorm als hoogste geldingsbron van het
positieve recht. Het is de rechtswetenschap, die deze oorsprongs-
norm als hypothese der rechtservaring stelt.
Voor een absolutistische rechtsorde b.v. zou deze oorsprongs-
norm luiden: Er behoort dwang te worden geoefend onder alle voor-
waarden, die de monarch beveelt. Vanuit dit, gelijk K e 1 s e n zelf
toegeeft (transcendentaal-logisch) natuurrechtelijk grondbeginsel
zou nu het positieve recht als een tegenspraakloos functioneel sy-
steem van logische delegatienormen moeten worden geduid.
Zoo is dit critisch positivisme natuurrechtelijk geworden, maar Het nataurrech-
het is een natuurrechtelijk systeem van zuiver formeel-loqisch ka- '^'Ü^ karakter
rakter, dat zich ten scherpste stelt tegen de binding van het positie- positivisme.
ve recht aan wezenlijke materieele rechtsbeginselen, het is een na-
tuurrechtelijk positivisme, dat tegen ieder materieel natuurrecht in
de wetenschap een onverzoenlijken strijd aanbindt.
Intusschen, hoe groot momenteel nog de invloed der critisch-
positivistische richting moge zijn, wanneer niet alle voorteckenen
bedriegen, neigt zijn zon reeds ten ondergang. Gelijk de Marburger-
richting in de Neo-Kantiaansche wijsbegeerte, waaraan de norm-
logische rechtsschool georiënteerd is, reeds een merkbaren overgang
naar de materieel-idealistische wijsbegeerte gemaakt heeft en haar
oorspronkelijke formalistische gedachtengang nauwelijks meer in-
vloed bezit, zoo vermeerderen zich de teekenen aan den rechtswijs-
geerigen horizont, die een herleving van de materieele natuurrechts-
idee aankondigen.
Aan K e 1 s e n zelf is deze kentering, die door de geestelijke re-
volutie van den wereldoorlog stormachtig bespoedigd is, niet ont-
gaan.
In een van zijn jongste geschriften: Die philosophischen Grundla-
gen der Naturrechtslehre und des Rechtspositivismus (1928) erkent
hij, dat de tegenwoordige geestelijke situatie voor het critisch rechts-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's