Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 289
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
277 Psychosen bij debilitas mentis
voren was hij nog met zijn meisje (dat hij ruim 3 weken geleden
had leeren kennen) uit geweest. Toen hij thuis kwam, ging hij
zonder een woord te zeggen naar bed, bleef den volgenden morgen
liggen, stond later herhaaldelijk op om een taxi te bellen, liep de
straat op, raakte in oneenigheid met een agent, werd agressief en
is in aansluiting daaraan opgenomen.
Den eersten dag in de kliniek werd hij angstig, onrustig, liep
uit bed, riep onophoudelijk: „Piet, help me" (zijn overleden broer
heette Piet) ; riep: „Moeder Maria", had blijkbaar gezichtshallicu-
naties, staarde met een angstig gezicht in dezelfde richting, nam
af en toe een dreigende houding aan, spuwde om zich heen, was
incontinent. Na eenige dagen wordt hij rustiger, geeft dan inlich-
tingen omtrent zijn doorlevingen, waaruit blijkt, dat hij meende, dat
alles op dien avond veranderd was, de straten waren niet meer
dezelfde, het kwam hem alles vreemd voor. Alleen enkele punten,
zooals het Centraal Station waren nog gelijk gebleven.
Toch waren ook de volgende dagen „Ratlosigkeit" en angst dui-
delijk aanwezig, terwijl hij in het besef leefde, dat de heele wereld
in een complot tegen hem samenspande, „ook de taximaatschappij",
,,ook de agenten". Toen hij opgenomen was, meende hij in één der
verplegers zijn broer Piet te herkennen, die weer levend geworden
was, om hem te helpen.
Over zijn ouderlijk tehuis en zijn meisje was hij nog slecht te
spreken, want de ouders lieten hem het vuile werk doen, en het
meisje hield te veel van uitgaan. Bovendien bleek dat hij zich niet
alleen tegenover dit meisje zeer insufficient gevoelde, maar dat heel
zijn verhouding tot de vrouwelijke sexe voor hem een zaak was,
waar hij zich veel mee bezig hield en die hij niet aan kon. Daarbij
kwam, dat hij eigenlijk meer hield van een ander meisje, dat ook
van tijd tot tijd in zijn ouderlijk huis kwam, maar van hem niet
wilde weten. Na een paar dagen trad weer verergering o p : hij
begon te hallucineeren, dacht, dat er aan den overkant een danszaal
was, waarin de menschen ongepast te keer gingen, hoorde daar
dansen, schermen en boksen, hoorde, dat ze hem uitscholden.
Verder ziet hij opiumsohuivers; ook hoort hij dan twee meisjes,
die hem roepen. Hij wordt zeer druk, gooit zijn beddegoed door
elkaar, roept weer voortdurend „Piet", is agressief tegen het perso-
neel, herkent den hem behandelenden medicus niet. Hij is opvallend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's