Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 15

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 15

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

„ D E W E L K E DE KERK WEL

L E Z E N KAN"

F. W. GROSHEIDE

In Art. 6 onzer Nederlandsche Geloofsbelijdenis, welk artikel

blijkens het opschrift handelt over het „onderscheid tusschen de

Kanonieke en Apocriefe boeken", wordt van de laatste — tekst

volgens de uitgave van Prof. Dr F. L. R u t g e r s — o. m. ge-

zegd: dewelke de Kerk wel lezen kan. Een noot leert ons, dat

kan staat ter vervanging van het verouderde mag. De Latijnsche

tekst heeft: quos quidem Ecclesia legere ... potest').

Vraagt men, wat deze woorden beteekenen, dan is het tien

tegen één, dat hun zin aldus wordt verstaan: men mag als lid

der kerk thuis, in gezelschap, de apocryphe boeken wel door-

lezen, gelijk men ook een stichtelijk boek, een verhaal leest; er

valt ook nog wel iets uit te leeren, immers ze bevatten waarde-

volle historische mededeelingen, aardige spreuken — maar in de

kerk komen ze niet, dat onderscheidt juist de Gereformeerde van

de Roomsche en Luthersche kerk.

Die opvatting is zeker niet vreemd. In het Voorbericht: — de

„Waerschouwinge Aen de Lesers van de Apocryphe Boecken"

— dat onze Statenvertalers aan de vertaling der apocryphen

') De aanhalingen uit de belijdenisschriften worden hier en elders, zonder dat

dit verder uitdrukkelijk zal worden vermeld, gegeven naar den tekst opgenomen

in E. F. K a r l M u l l e r , Die Bekenntnisschriften der reformierten Kirche, Leipzig,

1903. M u l l e r geeft de Confessie, zooals die op de Dordtsche Synode werd vast-

gesteld. Nu is ook Art. 6 der Confessie tusschen 1561 en 1619 herhaaldelijk gewijzigd.

Zoo stond aanvankelijk achter Apocryphen nog; ende andere kerkelicke

boecken (zie b.v. de uitgave van den oorspronkelijken Nederl. tekst van 1562

door Dr A. v. d. Linde) en de lijst der apocryphen is pas door de Dordtsche

Synode opgenomen (vgl. Dr H. H. K u y p e r , De Post-Acta, bl. 359). Maar,

voorzoover ik heb kunnen nagaan, komen de woorden, waarover wij thans

schrijven, in alle Nederlandsche, Fransche en Latijnsche uitgaven voor. Wel zijn

ze in den Latijnschen tekst niet altijd volkomen dezelfde. Zoo leest het te Geneve

IJ 1612 uitgekomen Syntagma Confessionum: utpote quod Apocryphi legi quidem

in Ecclesia possint, wat misschien reeds een kleine verzwakking beteekent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 15

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's