Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 132
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 120
schillen is niets anders dan nieuwe eenheid op de plaats van
aanvankelijk verschil. Niets minder onderscheidbaar, dan het menig-
vuldige, dat onderling maar één verschil aanwijst, nl. elk lid is van
alle anderen onderscheiden ; het is één als de eenheid van het
menigvuldige, waar men van uitging. Al het verenkelde, dat van al
het andere verschilt, heeft dit overeenkomstig van lid tot hd en is
daardoor even onbepaald als het menigvuldige, dat één is.
Zoo is het in schijn reëelste en grijpbaarste, het hier en nu, dat
met geen daar of toen verbonden gedacht zal worden ten einde
alleen bepaald te worden als dat wat het zelf is, tegelijk het onbe-
reikbare onbepaalde, dat in niets verschilt van al het andere. Het
onderscheidingsvermogen, afdalend onder de normale verweving
van eenheid en onderscheid, reikt slechts tot aan deze diepte
om als synthetisch, dat is eenheid-stichtend omhoog te duiken.
W e l kunnen we dit neerdalen ter onderscheiding volgen tot waar
het, wat de taal betreft, den klank als verschijnsel-van-hier-en-nu
isoleert. Deze ligt al zoover onder het weefsel van eenheid en onder-
scheid in de gewone taal, dat zij als beteekenis nooit bedoeld w o r d t :
zij is ook enkel klank. E n dit is nog te veel gezegd.
Het gewone taalgebruik kent een vreedzame verbinding van
eenheid en menigvuldigheid, die ongeschikt is om tot klaarheid te
brengen, wat die beide functies zijn, zoolang de gematigde zone van
die verbinding niet verlaten wordt. Alleen uitersten openbaren den
aard van het gematigde. W i j hebben nu gezien, dat naar beneden
toe voortgaand onderscheiden en op zichzelf stellen uitloopt op
ondergang der beteekenis en overblijven van den klank alleen als
het betrekkelijk onverbondene, nu en hier vernomene. Afdalen in
onderscheidingen opent niet het gebied der beteekenis, daar deze bij
voortgaan daarmee al maar verliest. Beteekenis schijnt veeleer met
de eenheidsfunctie verwant en zoo is te verwachten, dat voortgaand
synthetiseeren, met name boven de middelzone van het gewone
taaibesef uit, het wezen der beteekenis als eenheid-gevende functie
voor oogen zal stellen. Zoodanige synthese werd reeds bereikt,
waar menigvuldigheid van het in klank onderscheidene als bege-
leidend eenzelfde beteekenis werd bevonden (overgang van syno-
niemen tot het voorbeeld vader == père).
Zijn er nu misschien nog hoogere eenheden-in-verscheidenheid, die
het wezen der synthetische functie en daarmee der beteekenis aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's