Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 165
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
153 D e Leerschool van Lucretia Wilhelmina
zocht ^); zij die de lier — de geijkte overdracht hindert toch niet? —
„door droefheid weggesmeten" had, en ze toch plichtmatig voor
vrienden soms weer opnam ^), zij zong in den stillen nacht uit de
diepte der ellenden haar klaagpsalmen voor God en zich zelf
alleen^), maar vertoonde „bij heldren dag""*), en wel niet
alléén om moeder en zuster^), zich sterk. V a n W i n t e r her-
innert haar den dood van haar vader: „Joeg u die slag een\schrik
door harte en ader, — Uw moed hield stand." Haar moeder, afge-
leefd en opgeteerd, ging juichend heen, de dochters zagen haar
met blijdschap na. Zij bleef over met W i l h e l m i n a , die, zes
jaar aan 't krankbed geboeid, gefolterd en verteerd werd door
gadelooze ellende, maar zich in God getroost betoonde. Hij be-
schrijft ons haar hooge deugden, juist zooals zij het heeft gedaan,
en maant L u c r e t i a aan, haar nu gewillig, ja verheugd, over te
geven aan 't zalig rijk, waar moeder, vader en moei reeds waren.
Maar hemzelf grijpt thans ontroering aan: zijn echtgenoote klaagt:
„Gij gaat mij dan, o Drukgenoote! vóór! — Gij gaat mij voor! Een
reeks van bange jaaren — Toont mij nog 't eind' van mijne kruis-
baan n i e t " . . . L u c r e t i a moet haar troosten, zooals zij zoo vaak
heeft gedaan: „hoe menigwerf zongt gij het leed gedwee." '^)
Een andere lijderes, nauw met L u c r e t i a verbonden. In 1744
was V a n W i n t e r door „Gods Tolk, (zijn) Boezemvriend" in
den echt verbonden met J o h a n n a M u h l . ' ' ) Die boezemvriend
was de Gereformeerde predikant Ds. J. C o v i j n ^ ) . V a n W i n -
t e r was dus, ondanks zijn Doopsgezinde en Remonstrantsche ver-
wanten, geen dissenter; „Gereformeert" heette hij ook nog bij zijn
tweede huwelijk (1768) in het stedelijke, niet kerkelijke, Trouw-
boek. Het feestdicht van den bruidegom zelf schijnt te bewijzen,
dat J o h a n n a een wankele gezondheid ten huwelijk meebracht.')
1) Z.W., 308, en citaat boven 23.
2) Z.w. 302 ( H a s s e l a a r ) .
3) Z.w. 308, 316.
*) Z.w. 316.
6) Z.w. 323.
) Met de lezing harer verzen. Evenwel schijnt „toonverwisselingen" op het
einde van Opdracht van Nai d. T. in het verband te wijzen op muzikale gaven.
'') W. GeMsb., 291; vgl. 288 tot zijn verloofde (1743).
8) W. Gduksb., 324, 326.
9) A.w. 294.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's