Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 145
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
133 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
Wij merken alleen een overspannen voorstelling op van mannelijke
deugden in haar eerste gedrukte dichtwerk, het blij-eindend treur-
spel Artemines (1745). Is er toch misschien een groote teleurstel-
hng in haar jonge leven geweest ? ,,En mogelijk verbergt uw afge-
folterd hart — Voor elks nieuwsgierig oog nog de allerwreedste
smart", in het begin van haar leerdicht, zou er op kunnen zinspelen.
Maar wat A l b e r d i n g k T h i j m giste van een jeugdhefde voor
V a n W i n t e r , die verijdeld werd door zijn gedwongen voorkeur
voor de ziekelijke, maar rijkere J o h a n n a M u h l , heeft geen
schijn van grond, is zelfs in strijd met de feitelijke gegevens: V a n
W i n t e r en V a n M e r k e n hebben elkaar eerst persoonlijk
leeren kennen in 1758, veertien jaar na zijn eerste huwelijk.*) De
voorstelling, die T h ij m daar nog aan toevoegt: dat L u c r e t i a
en N i c o 1 a a s, dadelijk nadat J o h a n n a den laatsten adem heeft
uitgeblazen, elkaar met den uitroep „eindelijk" in de armen vallen,
is beneden alles.
Gekoesterd door de zorgen van liefhebbende, vermogende ouders,
heeft L u c r e t i a ongetwijfeld onder goede leiding haar aanleg
kunnen ontwikkelen en aan haar ruimen weetlust voldoen. Dichter-
lijke gaven en litteraire belangstelling schenen haar aangeërfd van
de zijde der moeder, die zelf ook bij huiselijke feesten de dochter
met haar zangen voorging*), en die een kleindochter was van
G. B r a n d t d.O. en S u z a n n a v a n B a e r l e , de dochter van
G a s p a r B a r l a e u s . De welstand en het aanzien der familie
V a n M e r k e n kunnen blijken uit de verwanten en vrienden, die
wij in de gelegenheidsgedichten leeren kennen. Bij den dood van.
D a v i d v a n M o l l e m (1746), den schatrijken koopman en
fabrikant, bezitter van het vermaarde landgoed Zijdebalen aan de
Vecht bij Utrecht — door H o o g v l i e t in een model-hofdicht
bezongen (1740) — dicht L u c r e t i a een Rouwklagt, die wezen-
lijke bekendheid met de familie doet vermoeden. Verzen van veel
lateren tijd bewijzen ons, dat zij met V a n M o 11 e m's erfgena-
men, de S i j d e r v e l t s ' ) in zeer vriendschappelijke betrekking
1) A.W. 144 en 145.
2) Nut der T., 252.
*) Zie over hen cx)k al H o o g v l i e t in Zydebalen. En E 1 i a s, Vroedschap
van Amsterdam. De noot bij T e W i n k e 1 omtrent de overerving schijnt, naar
de gegevens bij V a n M e r k e n, niet geheel juist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's