Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 71
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
59 De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk
slechts terloops van zijn vrouw gewag roaakti); daar echter waar
hij meer opzettelijk over haar spreekt, is het juist over hun ver-
wijdering2). T e W i n k e 1 heeft zich van dit gedicht wel heel
gemakkelijk afgemaakt. Hij heeft ergens^) gezegd, dat B i 1 d e r-
d ij k, „dikwijls opzettelijk oneerlijk en onwaar in zijn geschreven
en gesproken proza, ophoudt dat te zijn in zijn poëtische ver-
rukking", maar hier hebben we dan toch met poëzie te doen. Hij
ontwijkt de kwestie, waarvan wie over B i l d e r d i j k ' s uitzetting
een oordeel vellen wil, niet nalaten mag zich rekenschap te geven,
die n.1. van zijn verhouding tot God. Kon B i 1 d e r d ij k naar
waarheid zeggen : ,,En ballingschap mijn loon voor Trouw en
Godsvrucht was"?*) M e e s heeft het ontkend. Wanneer
D a C o s t a , uitdrukking gevend aan dezelfde gedachte als zijn
meester, van dezen zegt:
uitgestoten
Van Neerlands duurgekochten grond.
Omdat hij trouw aan God en d'eed der Nassaus stond ;
merkt M e e s op : „en 't is zoo, ten minste voor zoover het de
Nassau's betreft.''^)
Het wil ons voorkomen, dat die beperking achterwege had kunnen
blijven. Zij is waarschijnlijk een gevolg daarvan, dat M e e s den
B i 1 d e r d ij k van tijdens de uitzetting niet als een godsdienstig
man beschouwde. Nu was hij niet kerksch. Hij had zich in zijn
jeugd, toen hij jaren aaneen niet uit kon gaan, de gewoonte van
kerkgaan niet eigen gemaakt. In Den Haag kwam er ook weinig
van: hij had het voortdurend erg druk, en dan, behalve „den eenigen
Nieuwland" was er niemand, dien men met genoegen en stichting
hooren kon. De rechtzinnigheid van de predikanten was zóó
,.wankelend", dat B i 1 d e r d ij k weigerde er zich als lid van de
kerk aan te melden. Daarom, en vooral niet minder, omdat men het
van een man van zijn geleerdheid niet anders denken kon, werd hij
aangezien voor iemand, die de nieuwe begrippen was toegedaan.
1) Ib., p. 17, couplet 4.
^) Inzonderheid, p. 20, couplet 3 en 4, p. 21, couplet 1.
*) Ontwikkelingsgang, V P , p. 77.
*) Dichtwerken, XII, p. 12.
5) Nieuwe Reeks Werken Maatschappij Letterkunde, VI, (1850), p. 72.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's