Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 36
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Cyras in Jes. 40—66 24
„de aanduiding, dat de profeet het oog heeft op zijn eigen, hier
geboden profetieën"; zeer goed zouden bedoeld kunnen zijn pro-
fetieën die in het algemeen van Israels verlossing uit de balling-
schap spreken "). Toch is m. i. deze twijfel niet gerechtvaardigd.
Daar bij Tün 'a het object niet staat uitgedrukt, moet dit aan het
voorafgaande worden ontleend. Daaruit is dus duidelijk dat de
lang te voren gegeven voorspelling, waarop vs. 26 doelt, tot in-
houd moet hebben de komst van Cyrus, juist zooals die in vs. 25
geteekend wordt, en niet een meer algemeene belofte van ver-
lossing uit Babel, waarvan trouwens in dit verband in het geheel
niet wordt gesproken. W o r d t nu de komst van Cyrus, van welke
VS. 25 spreekt, aldus aangeduid als de inhoud van een lang vóór
de vervulling gegeven voorzegging, dan is het onmogelijk dit vers
te verstaan van iets wat in het heden geschiedt; want er zijn ons
geen andere profetieën van Cyrus' komst uit het O. T . bekend,
waarvan hier de vervulling zou kunnen worden beschreven. Daar-
uit volgt, dat wij hier niet te doen hebben met het geval, dat de
historische verwerkelijking van een eenmaal gegeven praedictie
wordt geteekend, maar dat vs. 25 zelf een praedictie is, zoodat
de Perfecte als prophetica moeten worden opgevat en de Imper-
fecta als zuivere Futura zijn te verstaan, terwijl Tjn 'o in vs. 26
praesentisch moet worden vertaald: „wie verkondigt dat?"
W a t wij zoo vonden, wordt bevestigd door een andere over-
weging. In de perikoop vs. 21—24 worden onder den algemeenen
eisch dat de afgoden hun werkelijk-god-zijn zullen bewijzen door
de toekomst te voorspellen (vs. 22 ninpn nc^N n s i:'' nu») twee
verschillende gevallen gesubsumeerd: a. het geval dat zij kunnen
verwijzen naar vroeger gedane voorspellingen, en de uitkomst
daarvan: niJ^Nnn — |nnnN, b. het geval dat zij nu op dit oogen-
blik een voorspelling zouden geven en daarmee aankondigen wat
in de toekomst nog gebeuren zal: niNsn IN — lins'?. Zóó moet
de constructie worden gevat, waarmee alle bezwaren vervallen
die overigens wel tegen het korte slot van vs. 22 en de herhaling
daarvan in het begin van vs. 23 worden ingebracht; het ware
') a. w. bldz. XXII.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's