Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 136
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e eenheid der syntaxis 124
ling de Grieken zooveel verschillende groepen van woorden hebben
ingevoerd, zoo is duidelijk, dat sommige uit noodzaak, andere voor
het gemak en de fraaiheid zijn gemaakt en dat zij ook, waar niets te
onderscheiden viel, toch om de spraak te verfraaien en niet alles naar
één model te zeggen, dikwijls andere woorden wilden gebruiken" i ) .
Verderop, over de geslachtsonderscheiding sprekend, zegt L o b e e k ,
dat de Grieken ,,uit onverklaarbaren aandrang 2) het in wezen ver-
wante met geheel verschillende namen hebben benoemd".
In deze algemeenheden raakt de auteur het begrip van het onrede-
lijke, on-naspeurlijke, dat noodzakelijk deel uitmaakt van de synthe-
tische vondsten der kennis. Van dit onredelijke kan begrepen wor-
den, dat het ééne, dat onze kennis gewint, niet anders dan het ééne
van het vele kan zijn. Dat dit vele in de kennis één wordt, zonder
in die eenheid te verdwijnen, dat het dus ook naast de eenheid, die
de kennis er mee bereikt, nog iets is, dat is het onredelijke moment
in de kennis. W a t is nu dit onredelijke terzake der syntaxis, welker
afsluitende eenheid, indien al niet bereikt, dan toch in uitzicht werd
gesteld? Dit, dat de subtielste eenheid stichtende grepen van het
verstand niet opheffen de menigvuldigheid van de taaiervaring, zoo-
als deze eenmaal is. W e l is er een instantie, die de starre onrede-
lijkheid van het gegevene ietwat verlicht: de in het empirische zelf
voorhanden beweeglijkheid. Indien ook verwisselbaarheid een
hoogere vorm van eenheid is, dan laat zich vermoeden, dat al het
grondig gescheidene, dat zich tegen elkander afzondert en daarmee
het onderscheidene in de eenheid, tegen deze in, bestendigt, den prijs
der bestendige eigenheid betaalt op de lange banen van ruimte en tijd.
W i j beperkten ons tot de grondverhoudingen van klank en be-
teekenis en doorliepen de stadiën van eenheid, waarin deze twee,
elk eigen wet volgend, meer en meer uiteen buigen. Beteekenis,
steeds meer eenheid en minder zich leenend tot onderscheiding dan
klank, trekt den eenen klank na den anderen, of ook, met plaatselijk
verschil, meerdere klanken gelijktijdig naar zich toe; geen enkele
daarvan kan blijvend en uitsluitend het verband, waarvoor het
geroepen wordt, volhouden. Telkens als het ééne iets van klank tot
^) Pathologiae sermonis graeci prolegomena, Leipzig 1843; Diss. I, De
mutandae terminationis nomintim causis.
*) Cursiv. van sohr. dez.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's