Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 45
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
33 Cyrus in Jes. 40—66
vs. 146) gegeven, en Ik heb ze ook vervuld: Ik, Ik heb dat
gesproken en hem (te weten Cyrus) geroepen, hem doen komen en
zijn weg voorspoedig gemaakt" (of: „en hij heeft zijn weg voorspoedig
gemaakt"). In dat geval zou dus Cyrus zeer zeker als een reeds
aanwezige persoonlijkheid worden gedacht. Maar dat is geheel in
strijd met de bedoeling: de praedictie van vs Hfe moet nog ver'
vuld worden. Dan zou men moeten aannemen óf, dat het object
van »m3T niet is de onmiddellijk voorafgaande praedictie van
vs 146, doch een meer algcmeene praedictie welke van Cyrus'
komst sprak, óf, dat het verbum »m3i wel op de praedictie van
VS 146 betrekking heeft, maar dat de volgende verba niet willen
uitdrukken dat die praedictie in vervulling is gegaan, maar alleen
willen aanwijzen hoe God door Cyrus te doen komen en aanvan
kelijk in zijn krijgsplannen te doen slagen de voorwaarde voor de
vervulling van die praedictie geschapen heeft. Beide veronder
stellingen zijn echter nogal gekunsteld, en doen aan den eenvou
digen, voor de hand liggenden zin van de woorden niet genoeg
zaam recht wedervaren. In verband ook met heel de strekking
van hoofdstuk 48, dat een nieuwe profetie brengt, welke in ver
vulling zal gaan, een profetie van gebeurtenissen die niemand had
kunnen vermoeden, is de natuurlijke verklaring van vs. 15 deze:
J h v h zegt het, en daarmee gaat het ook in vervulling; a l s j h v h
gesproken heeft, is de uitvoering zoozeer verzekerd, alsof het
eigenlijk al tot de uitvoering gekomen was; ja in zekeren zin is
zelfs de praedictie reeds het begin van de uitvoering '). Wij moeten
dus het eerste Perfectum 'm3l verstaan als een gewoon Perfectum,
van de voltooide handeling: zoo pas, of op dit eigen oogenblik,
door het uitspreken van vs 146; de volgende Perfecta zijn pro
phetica, maar dan toch zóó, dat wij het perfectale karakter daarin
duidelijk zien : door Cyrus aan te kondigen heb Ik hem feitelijk
reeds geroepen, ja zoo goed als reeds op het wereldtooneel ge
brachi, en daarmee is zijn voorspoed ontwijfelbaar verzekerd.
Met R i d d e r b o s is aan te nemen, dat in vs. 16 bij de woorden
inni ^inhv " "N nnjn een nieuwe perikoop begint; immers in het
') Zie mijn Profeten des Ouden Verbonds, Kampen 1918, bidz. 111.
W.B. 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's