Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 35
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
23 Cyrus in Jes. 40—66
verband met den gedachtengang der verzen 21—24 nun in het
eerste geval worden verstaan als verleden tijd; de komst van
Cyrus wordt dan gedacht als de in het heden verwerkelijkte ver-
vulling van een vroegere profetie, en nu wordt gevraagd: „wie
heeft dat kond gedaan?" En in het tweede geval moet dit Perf.
worden opgevat als het praesens der op het moment voltooide
handeling: de profetie aangaande Cyrus' komst welke op dit
oogenblik wordt gegeven.
Stelt men de vraag of hier ook eenige aanwijzing is te vinden
waardoor wij kunnen uitmaken wat de bedoeling is; of de ver-
wijzing naar Cyrus in vs. 25 moet gedacht worden als de her-
innering aan een vroegere profetie die daarin is vervuld dan
wel als een voorspelling die eerst in de toekomst in vervulling
zal gaan, dan hebben wij in de eerste plaats hierop te letten dat
er in ieder geval sprake is van het verloopen van een geruimen
tijd tusschen voorzegging en vervulling. Ten deele ligt dat in
D'JsVa. Het adverbium D'ja^ drukt op zichzelf niet meer uit dan
dat de voorzegging aan de uitkomst voorafgaat, maar de toe-
voeging van de praepositie der verwijdering p dient om den af-
stand tusschen beide te vergrooten, de voorzegging gaat nogal
eenigen tijd aan de vervulling vooraf. Veel sterker is echter
C^Nno. Overal waar in het O. T . CNT met den zin van „begin"
in deze verbinding met de praep. \li wordt gebruikt, dient het om
het absolute begin aan te duiden: Jes. 4 0 : 2 1 (van den aanvang
der Goddelijke openbaring aan menschen af), 41 : 4 (van den aanvang
van het menschelijk geslacht af). Spreuk. 8 : 23 (van de schepping
af), Pred. 3 : 1 1 (van den diepsten grond eener zaak af). ') Dien-
overeenkomstig moet het hier wel beteekenen dat de voorzegging
op zoo groot mogclijken afstand van de vervulling wordt geplaatst.
N u wordt evenwel soms betwijfeld of de voorspelling welke door
Viir\Q en D'^aVo wordt gekarakteriseerd metterdaad de aankondiging
van Cyrus' verschijning, althans van de in vs. 25 geteekende ver-
schijning is. Zooals R i d d e r b o s het uitdrukt: hier zou ontbreken
') Jes. 48 : 16 laat ik hier buiten beschouwing omdat we daarover in deze studie
nader zullen hebben te handelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's