Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 255
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
243 der rechtswetenschap in het licht der Wetsidee
baart zich in den tijd in een opstandige houding tegen de zin-
functioneele ordinantiën, die God de Heere voor iederen wetskring
gesteld heeft.
De zonde werkt ook door in de natuurfuncties. De natuur viel
in den mensch, wijl ze geen bestaan ,,an sich" heeft; maar de
natuur is als zoodanig niet aan normen onderworpen. Verabsolateering
ad 2. Het tweede misverstand is van .positivistischen huize en "teitselen^ntinde
meent, dat het positieve recht als zoodanig onafhankelijk is van zmstractuur des
rechts door het
goddelijke rechtsbeginselen. Deze opvatting verabsoluteert het in positivisme.
zijn structuur onzelfstandig positiviteitselement in den rechtszin,
dat daardoor den rechtszin verliest, wijl de geheele wetszijde van
den rechtskring op deze wijze wordt gesubjectiveerd. De eenige
wetmatigheid, waaronder de positivistische rechtswetenschap deze
zin-looze subjectieve willekeur stelt is dan de logische. Maar de
rechtsnorm is geen logisch oordeel, maar een wetstype met eigen
souvereinen zin, die van den logischen toto coelo onderscheden is.
De geheele kritiek welke K e I s e n in zijn Die philosophischen
Grundlagen der Naturrechtslehre und des Rechtspositivismus op de
natuurrechtsidee oefent, berust op een fundamenteele miskenning
van de zin-structuur van ledere norm.
Zijn kritiek bereikt haar hoogtepunt in het betoog, dat natuur-
recht en positief recht twee toto coelo onderscheiden normensyste-
men zijn, welke ieder op een eigen logischen grond- of oorsprong-
norm teruggaan en dat deze beide systemen krachtens het logisch
beginsel der tegenspraak nimmer gelijktijdig kunnen gelden i ) . Maar
dit betoog valt met een behoorlijke analyse van de zinstructuur der
positieve rechtsnormen. Het „natuurrecht" in den zin van „rechts-
beginselen" is geen zelfstandig normensysteem, evenmin als de po-
sitiviteit een zelfstandig begrip is. Ieder normensysteem toont in haar
eigen souvereine zin-structuur een onlosmakelijke vervlechting van
goddelijk beginsel en menschelijke positiveering.
1) K e 1 s e n. Die philosophischen Grundlagen der Naturrechtslehre und des
Rechtspositivismus (1928, in Philos. Vortrage veröffentl. von der Kant-
gesellschaft) § 16.
K e 1 s e n's kritiek treft, en dan radicaal alleen de „metaphysische" en dualis-
tische natuurrechtsleer.
Zie hiervoor ook F r i t z ; S a n d e r , Staat und Recht (Wiener Staatsw.
Studiën, Neue Folge I Bnd. S. 5 en passim) en A1 f. R o s s , Theorie der
Rechtsquellen (1929) S. 56 flg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's