Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 120
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 108
zelf is equivalent met het meer gebruikelijke : ik doe ontgaande
(onopgemerkt). Achter de willekeurige bepaling van wat in het hier
verschillend uitgedrukte zelfde deelwoord en wat werkwoord zal
zijn staat, als diepere constante, slechts de noodzakelijkheid om te
verdeelen (of misschien slechts de noodzakelijkheid om iets als
een- of als tweeledige eenheid uit te drukken ; het equivalent van
een syntactische twee-eenheid kan in een andere taal wel één, niet-
samengesteld woord zijn). Het Grieksch kiest binnen het werk-
woordelij ke weder de uiterste soortverwanten en laat deze van
plaats verwisselen ; noi<öis niet méér bepaaldheid van Xavdva> dan
Xavêdvco het van noio) is.
Verbindend in relief vermijdt de taal weer die uitersten, waarin
het relief een moment verliest en verstrakt in de richting van den
grondvorm der herhaling : ik doe doende; ik ontga ontgaande enz.
Deze verbindingen, niet buiten alle taaiervaring (hebreeuwsch),
maar vermeden door het reliefminnend Grieksch, zijn evenzeer keer-
punten en uiteinden van de boog der mogelijke in onderscheid ver-
bonden eenheden als de boven besproken typen stedelijke stad enz.
W e l laat zich de werkwoordelijke verbinding ik ontga doende ver-
vangen door een vlakkere, naar vrije keus : ik doe en ik ontga ; ik
ontga en ik doe. Dat het Grieksch deze laatste vermijdt is, dat
het de door en geboden herhaling, die binnen het gelijksoortige blijft,
ontvliedt ten gunste van de brekende herhaling, die uiterste werk-
woordelijke soortgenooten samenvoegt en daarmee de herhaling van
het eene in het volgende uitwendig te niet doet. Het Grieksch mijdt
niet alleen de aaneenrijging van werkwoorden in indicatief, hoewel
deze, met de orde van het gebeurde meeloopend, dit aanschouwelijk
weergeeft; het verwaarloost de plastische bruikbaarheid der coordi-
neerende vormen van vertellen en windt met werkwoorden beschre-
ven gebeurtenissen zóó in elkaar, dat het gescheiden op elkaar vol-
gen, deze heldere vorm van verband, in de twee-eenheid van werk-
woordelijke constructie in de taal prijsgegeven en daardoor in de
zaak gemaskeerd wordt: een deelwoord voor de voorafgaande, een
indicatief voor de volgende daad van eenzelfde subject is de bekende
beschrijvingsvorm van historische handelingen {ayogevaas djié^r]).
Daden van meerdere subjecten kunnen als groepen van gelijke
breking, plastisch en doorzichtig met gebruikmaking van de evenwij-
dige volgorde van taal en gebeuren, achter elkander gerangschikt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's