Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 201

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

189 Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn

loopt en waarin het zichzelf gelijk blijft. Vandaar dat ook deze

algemeene ') wet zelf goddelijk — deus divina naturalisque lex ^)

— en princicp van alles ^) heet en dat de logos of kosmische

orde, die door alles heengaat, allegorisch aan Zeus mag gelijk

gesteld. ^) Even pankosmisch nu als deze logos is hier de „pronoia":

Z e n o stelt haar uitdrukkelijk ident met de „heimarmenè" en de

„physis" ') en bedoelt met dezen term slechts te zeggen, dat de

„wereldgeest" *) maakte dat de wereld blijvend, zelfgenoegzaam

en schoon ^) zou zijn, d.i. zou voldoen aan het ideaal van den

„wijze".

Dit pneuma nu, dat wet is niet alleen voor de wereld maar

ook voor zichzelf *), is tevens het handelend princiep in alle dingen.

In hun hyletisch bestaan mogen ze inwerkingen van buiten

ondergaan, het karakteristieke van ieder ding is dat het voort-

durend handelt. Met de dingen en hun handelingen, gedragen

door het geheel, kwam Z e n o echter niet uit. Daar had men b.v.

het ledige. P l a t o had het opgenomen in den vorm en dus in

het tcchnisch-apriorisch deel der gevormde realiteit. Die oplossing

viel voor Z e n o zeker niet te aanvaarden. Maar evenmin liet het

zich beschouwen als één der lichamelijke dingen of ook als acti-

viteit. Dus restte niets dan daarin iets onlichamelijks {dacóiuatov)

te zien'). Daarmede had reeds hij') de eerste stap gezet op den

weg, die de monadologie leidt naar de theorie van de „subjecti-

viteit" der ruimte. ~ Of Z e n o nog andere van zulke onlicha-

melijkheden of „attributen" heeft onderscheiden? In ieder geval

rekende hij onder hen niet den tijd, dien hij als interval van de

beweging definieerde ") en dus bij de werkelijkheid plaatste.

») S. V . F., I, -13, 2.

ï) S. V . F., I, 42, 38, vgl. 42, 35.

J) S. V . F.. I, 42, 39.

*) S. V . F., I, 43, 1.

5) S. V . F.. I, 43. 5.

6) S. V. F., I, 44, 37 en 45, 2.

7) S. V . F., I, 44, 20.

8) S. V. F., I, 44. 21.

9) S. V . F., I, 26, 16-36.

'") B r é h i e r II citeert het boven aangehaalde fragment niet, en gaat ook hier

van Chrysippus uit.

»i) S. V . F., I., 26, 10-15.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's