Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 46
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Cyras in Jesaja 40—66 34
voorgaande is voortdurend het sprekende subject God zelf, en hier
wordt het in eens een ander, die verklaart door God gezonden
te zijn. Deze nieuwe perikoop, welke doorloopt tot het einde van
hoofdstuk 48, heeft verder voor de ons bezighoudende kwestie
geen belang. W e hebben daarom alleen nog even te spreken over
het eerste gedeelte van vs. 16. Men zou de vraag kunnen stellen
of ook dat gedeelte niet reeds behoort tot de nieuwe perikoop,
of het sprekende subject reeds hier niet een ander is dan J h v h
zelf. Het is uit de woorden niet met zekerheid op te maken, maar
toch spreekt wel de grootst mogelijke waarschijnlijkheid ten gunste
van de opvatting dat hier nog altijd J h v h zelf aan het woord is.
En wat is van het gezegde nu de zin? Slaat het speciaal op de
praedictie van vs. 14t? Dit is weinig waarschijnlijk, want hier
wordt issno gebruikt, dat bezwaarlijk van toepassing kan zijn op
een uitspraak die zoo pas gedaan is. Het zal dus wel zien op
zijn minst op héél de profetie van Jes. 40^—66 '), maar wellicht
nog meer op a//e profetie in Israël. Juist om het t?N"iD dat, zooals
we bij 41 : 26 hebben gezien, altijd dient om het absolute begin
aan te duiden, zullen we hier moeten denken aan heel het tijdvak,
waarin zich de stem der profetie onder Israël heeft laten hooren.
God wil hier nadruk op leggen dat Hij ten allen tijde, zoolang
als de stemmen der profeten geklonken hebben, zonder voorbe-
houd de praedictics openlijk heeft gegeven, en — als het moment
der vervulling is aangebroken, dan is Hij ook present om te doen
gebeuren wat Hij heeft voorzegd. W e hebben derhalve in deze
woorden te doen met een slot van meer algemeen karakter, dat
niets bepaalds zegt omtrent de aankondiging van Cyrus, maar
dat deze conclusie doet opkomen: die God, die altijd zijn voor-
zeggingen openlijk geeft en zorgt voor de verwerkelijking daarvan,
zal nu ook zeker zorgen dat deze door Hem gedane aankondiging
in vervulling gaat.
Z o o hebben we nu alle plaatsen besproken, waarin van Cyrus
gehandeld wordt. Overzien we het gevondene, dan moeten we
tot de slotsom komen, dat daarin geen enkel woord voorkomt,
waaruit met onweersprekelijke zekerheid zou blijken, dat Cyrus
>) Zoo K ö n i g a.w. bldz. 400.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's