Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 60
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 48
te achten. Die was ten volle B i 1 d e r d ij k ' s eigen werk. Hij
sprak zich zonder eenige terughouding uit: „Ik achtte het beneden
mij" — zoo heeft hij eens geschreven — „mij niet aan te kondigen
voor die ik was." i)
Volgens K a 1 f f kon hij bezwaarlijk anders handelen dan hij
gedaan heeft 2). K 1 u y v e r oordeelt zelfs, dat hij meende het met
zijn tegenstanders schappelijk gemaakt te hebben 3). Zij hebben
stellig gelijk. Van een man van de bekwaamheid, de beginselen en
het karakter van B i 1 d e r d ij k behoeft ons zijn request in het
minst niet te verwonderen. Het geeft geen aanleiding tot de ge-
dachte, dat het aan een bijzonderen toeleg moet worden toege-
schreven. W e l is een toon van ironie er niet in te miskennen, maar
die behoeft niet uit een zucht tot prikkelen te worden verklaard,
maar kan zeer wel onbedoeld zijn.
Men kan natuurlijk het tegengestelde aannemen en meenen, gelijk
K o 11 e w ij n doet, dat het request zóó was gesteld, dat het vrijwel
zeker door een verbanningsvonnis zou worden gevolgd. Het is dan
echter wel vreemd, dat B i l d e r d i j k den 23sten Maart, d.i.
waarschijnlijk op denzelfden dag, dat hij het bij de Provisioneele
Representanten indient, tezamen met D i r k v a n d e r L i n d e n
zich tot het Hof wendt met een stuk, waarin de vrees wordt uitge-
sproken, dat de termijn, binnen welken de eed moet zijn afgelegd,
verstreken zal zijn, aleer de Representanten op hun requesten zullen
hebben beschikt, en verzocht wordt, dat deswege voor hen beiden
de termijn zal worden verlengd. Blijkbaar hoopten ze alsnog in de
gelegenheid te worden gesteld een gewijzigden eed af te leggen 4).
Een ander bezwaar tegen K o 11 e w ij n ' s meening, als zou
1) Dichtwerken, XV, p. 111.
2) Geschiedenis der Nederlandsche E/etterkunde, VI, p. 201.
^) Verspreide Opstellen, p. 223.
*) „Zij willen zich niet onttrekken aan zoodaanige verbintenis als de vertegen-
woordigers des Volks van hun als gehoorzame ingezeetenen met vrijlaating van
hunne bijsondere denkwijze kunnen vorderen." Tegen den voorgeschreven eed
hebben ze echter bezwaren. Het kan hun niet euvel worden geduid, dat ze die
hebben ingebracht, want niet alleen dat het recht daartoe bij plakaat is erkend,
zij zijn niet de eenigen, die zich daarvan hebben bediend ; ook de Provisioneele
Representanten van het Volk van Amsterdam en van Leiden (Codex 873
p, 143—H4).
Een ontwerp voor een gewijzigden eed is te vinden „Echte Stukken", p. 51—52.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's