Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 134
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 122
gend uit niets, wat in tegenspraak schijnt met het positieve en eigene
van die woorden zelf. Eveneens negeert zij, terwille van de onvrucht-
baarheid hunner samenstelling in een zinsverband, al het onderscheid,
dat aan etymologisdhe verwanten juist als verwanten eigen is. Van
alle morphemen zag zij den oorsprong in het nulmorpheem, dat als
klank niets is en daarin oneindig achterstaat bij het kleinste mor-
pheem, dat nog een klankhohaam heeft. En evenzeer vernietigde zij
de in het hoorbare onweersprekelijke verschillen van het equivalente
terwille van de eenheid, die in de equivalentie hgt. Gaan wij dit nog
in concreto na aan het geval der synoniemen. Dat binnen een taal
een aantal etymologische verwanten niet eens verschil van gramma-
tische functie heeft als in (de) wever weeft weefsel, maar bij gelijke
functie toch een meertal equivalenten zich laten verzamelen, is ook in
het Grieksch niet zeldzaam. Zulke menigvuldigheid van equivalente
woorden is bijv. gegeven in de substantieven ^d'rj, Xrjedóv, krjêótrjg,
Xrjoavvr], Xrjafioavvrj; X'^Q^< X^Qf^V' X'^Qf^^i XO-Qf^ovri, xP-Ql^oavvrj. ')
Deze danken hun verschil aan de bontheid van afleidende
morphemen, waarover het Grieksch nu eenmaal beschikt. Deze bont-
heid treft minder, zoolang onderling verschillende stammen met
telkens verschillende morphemen verbonden worden: dit geeft den
indruk van een vermoedelijke affiniteit tusschen bepaalde stammen
en bepaalde morphemen. Blijft die affiniteit onaangetoond, dan
komt mèt den indruk van willekeur der telkens aangehechte morphe-
men hun menigvuldigheid-in-equivalentie naar voren: waarom
dienen, ter afleiding van eenzelfde derivaat telkens andere aflei-
dende bestanddeelen, waarom worden niet alle stammen met een-
zelfde derivaat voorzien? Sterker nog wordt de indruk van willekeur,
zoodra eenzelfde stam nu ook meerdere van die overigens zich ver-
spreidende morphemen aanneemt en een reeks van slechts in mor-
pheem onderscheiden afleidingen vormt, zonder dat de beteekenis
eenig onderscheid vertoont. Het synthetisch gezichtspunt vat van al
deze verschijnselen slechts de eenheid; constitueerend dat, waarin
die meerdere vormen samenvloeien, negeert het daarmee den grond
van hun verschil, indien zulk een grond er is. Er is aanleiding, om
te vermoeden, dat zulk een grond der onderscheidenheid, ja zelfs
^) Ten deele naar L o b e c k, a.w. en naar L i d d e l - S c o t t , Greek-
English Lexicon, 8. ed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's