Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 197
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
185 Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn
overeen als beiden de actieve boven de wet verheven archè
binnen den kosmos zoeken. Bij P l a t o is ze de vormende activi-
teit van den demiurg die de bestaande passiva, den vorm en de
hylè, verbindt, bij A r i s t o t e l e s die van de entelechie, die de
passieve hylè van het ding beheerscht. Bij Z e n o treft men geen
van beide opvattingen aan. W e l is z'n actieve archè een het
ding immanente activiteit. Doch ook de Aristotelische theorie
schijnt hem niet bevredigd te hebben: diens vorm mocht inheemsch
zijn, hij bleef toch de buitenkant der dingen. En dit, iets uiterlijks
te zijn, is eigenlijk allen vorm eigen, krachtens de vroeger aan-
gestipte grondbeteekenis van dit woord. Vandaar waarschijnlijk
dat Z e n o het woord ddog, dat slechts tweemaal bij hem voor-
komt '), niet gebruikt voor wat z. i. de actieve archè is: de vorm
is nóch actief nóch archè. Ook bij E p i c u r u s vond hij intusschen
niet wat hij zocht: reeds het feit dat de leider van den Kèpos de
physisleer afhankelijk stelde van practische doeleinden en slechts voor
het materialisme van D e m o c r i t u s koos, wijl dit hem bevrijdde
van z'n angst voor de goden en voor den dood, toont beter dan
iets de kloof aan die tusschen beide lag. Z o o greep hij terug naar
de physis-opvatting van de latere vertegenwoordigers der oude
Ionische natuurphilosophie en subsumeerde de Xenocratische
gedachte van de ééne goddelijke activiteit aan de theorie der
volgelingen van H e r a c l i t u s . De wereld is een levend voortdurend
in beweging verkeerend vuur. Twee zijden zijn daaraan te onder-
scheiden : de actieve en de passieve, het goddelijke en het onwerk-
zame materiaal ^). Beide — niet alleen het actieve immanente
„demiurgische" ^) — heeten „archai".
Dit wereldvuur nu met z'n twee zijden noemt hij een lichaam ^).
N u zal men de uit systematisch oogpunt noodzakelijke onderschei-
ding van ,.lichaam" en „organisme" ook hier in 't oog dienen te
houden. W e l is waar onderscheidt Z e n o ze allerminst scherp.
Doch eerstens kan men dit alleen opmerken wanneer men zelf
niet in deze fout vervalt. En in de tweede plaats : eerst de jongere
Stoa heeft die twee vereenzelvigd en daarom het noëtische los
») S. V. R, I 55, 8 en 50, U.
ï) S. V. F., 1, 24, 5, 10, 12 en i«.
3) S. V. F., I, 24, 8.
<) S. V. F., I, 25, 37 en 27, IJ.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's