Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 56
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 44
zwijgende te berusten", acht K1 u y v e r hem volkomen oprecht.
Het komt ons niet overbodig voor op deze uitspraak den nadruk te
leggen ; bij P r o f . P r i n s e n toch kan men nog altijd lezen, dat
de nieuwe machthebbers van B i 1 d e r d ij k „niets dan spot en
hoon en tegenwerking" konden verwachten i ) .
Na dit overzicht van hetgeen over de uitzetting geschreven is,
doet zich als vanzelf de vraag op, waar het nu in dezen op aan
komt. Zien wij wel, op twee punten, op het doel en op het middel.
Is het aannemelijk, dat B i 1 d e r d ij k het doel gehad heeft vrouw
en schuldeischers te ontloopen ? Kan het door hem ingediende
adres als een geschikt middel ter bereiking van dat doel worden
aangemerkt ?
Beginnende met het laatste punt, willen wij er op wijzen, dat
hierbij ook de voorgeschiedenis in aanmerking genomen moet
worden. Toen de omwenteling plaats greep, drong men er cener-
zijds bij B i 1 d e r d ij k op aan, dat hij heen zou gaan 2), en waar-
schuwde men hem anderzijds, dat hij deel moest nemen in de nieuwe
orde van zaken, of anders zou het hem het hoofd kosten 3). Hij
heeft noch het een gedaan noch het ander. W e l had hij het voor-
nemen zijn beroep als advocaat voor de Hoven van Justitie niet
langer uit te oefenen 4), maar hij kreeg toen verzekeringen, dat
men hem dat niet onmogelijk zou maken 5). Dit gegeven is door
K o 11 e w ij n over het hoofd gezien 6). Het krijgt te meer waarde,
wanneer we het in verband brengen met een ander gegeven, dat
hem niet ontgaan is, maar waar hij geen raad mee weet. B i 1 d e r-
d ij k heeft den 19den Mei 1795 van Hamburg uit een brief 7) ge-
schreven aan P r i n s W i 11 e m V, waarin na de verklaring, dat
1) Handboek 3, p. 536.
2) Brieven, II, p. 56.
3) Dichtwerken, XV, p. 111.
*) Brieven, I, p. 200.
6) Brieven, I, p. 206.
*) B i l d e r d i j k , I, 218—9. Hij zegt daar, dat het antwoord van Uylen-
broek niet bewaard gebleven is, terwijl de brief, waarop het bescheid had moeten
geven, nooit verzonden is, cf. Brieven I, p. 206.
'') Het origineel van dezen brief is te vinden in het Huisarchief der Koningin ;
de minuut, die door on« geraadpleegd is, in den Codex 873 van de Maatschappij
der Nederlandsche Letterkunde, p. 156 sqq.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's