Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 58
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 46
Hof een copie van zijn request heeft doen toekomen i ) . Alles te
zamen genomen is het waarschijnlijk te achten, dat op het indienen
van het request het Hof sterken invloed geoefend heeft 2).
Op het eerste gezicht lijkt dit zeer vreemd, zoowel met het oog
op den persoon van B i 1 d e r d ij k, als omdat het Hof zelf het
eedsformulier, waartegen hij zoo ernstig bezwaar had, heeft op
gesteld 3). Aan de laatste tegenwerping behoeft geen groot gewicht
te worden toegekend. De Provisioneele Representanten hadden
om zoon formulier verzocht*), en het Hof, dat nog maar pas in
functie was, moest nu natuurlijk doen blijken, dat het van een andere
gezindheid was dan het vorige, waarop de nieuwe machthebbers
zooveel aan te merken hadden gehad 5). Ook dat van de zijde van
het Hof op een man als B i 1 d e r d ij k aandrang geoefend is om
een adres in te dienen, is minder vreemd dan het lijkt. Immers, hoe
Prinsgezind hij ook mocht zijn, hij had toch wel relaties in Patriot
sche kringen, zoo b.v. met zijn collega V a n d e r M e e r s c h .
Toen deze in 1787 zich om politieke redenen een tijd schuil had
moeten houden, had B i 1 d e r d ij k zijn zaken behartigd ; bij zijn
1) Codex 873, f. H3—144.
'^) P r o f . K l u y v e r heeft zich o.i. minder gelukkig uitgedrukt, toen hij
schreef: hij nam zijn maatregel niet zonder het Hof van Holland daaromtrent
te hebben geraadpleegd (Verspreide Opstellen, p. 221). Niet van B i l d e r d i j k ,
maar van het Hof moet in dezen de actie zijn uitgegaan. Later schijnt B i 1 d e r
d ij k het oefenen van aandrang van de zijde van het Hof vergeten te zijn ;
althans toen hij de bekende passage schreef: „Had ik toen stil blijven zitten, ik
had zekerlijkst het voorzichtigst gedaan, en zou altijd in stilte hebben kunnen
blijven adviseeren, memories en requesten stellen enz.; maar ik zag de mooglijk
heid daarvan niet in" (M engelingen en Fragmenten, p. 15). Aangezien deze
passage voorkomt in een geschrift, waarin de „Echte Stukken" worden aangehaald,
kan ze op zijn vroegst van 1821 dateeren. Dat B i 1 d e r d ij k toen de juiste
toedracht vergeten was, blijkt ook de mededeeling, die eraan voorafgaat, dat
hem door het Hof te kennen gegeven was, dat hij, wilde hij zijn ambt niet laten
varen, binnen 24 uur — want tot zoover had hij den termijn al laten verloopen
— den eed afleggen moest. Het staat echter vast, dat hij minstens vier dagen
vóór het verstrijken van den termijn (27 M aart) zijn request ingezonden heeft.
Die tijd van 24 uur, welke hem in het hoofd hing, was de termijn, binnen welken
hij Den Haag verlaten moest.
3) Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken, M aart 1795, p. 1664
4) Codex 873, p. 157.
' ) Jaarboeken der Bataafsche Republiek, I, p. 357—8.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's