Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 234
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Rousseau en het Calvinisme 222
nog steeds tc Noyon woont, bekommert zich weinig of niet om
J e a n J a c q u e s . Slechts 2 of 3 maal heeft de zoon den vader
weer gezien (ook niet bepaald een bewijs voor de Calvinistische
levenshouding van den vader).
Maar de zoon wordt nu wel zoo slecht mogelijk opgevoed. De
jongen, die van zijn jeugd af aan zooveel vrijheid gewoon was ge-
weest, is voor den griffier „onhandelbaar en onbruikbaar", en de
graveur weet niet beter te doen dan te probeeren door lichaams-
straffen den jongen tot rede te brengen. Maar nu komt, zooals te
verwachten is, in dezen emotioneelen jongen met zijn merkwaardige
reactieve complexen, de geest van verzet, en juist om zich te ver-
zetten gaat hij snoepen, liegen en stelen. Hij trekt zich terug met
zijn boeken. Hij heeft neiging zich te identificeeren met zijn helden,
en die identificatie gaat soms zoover, dat hij zich werkelijk gelijk
voelt aan de helden waarover hij denkt. Hij gaat wel naar de kerk,
maar hij zegt zelf dat hem aantrekt alles wat indrukwekkend is.
Hij kon komen onder den indruk van de Avondmaalsviering, maar
dit enkel en alleen omdat het tot zijn verbeelding sprak, want bij
dit alles werd hij hoe langer hoe meer de wrevelige, nerveuze, terug-
getrokken jongen, die een held was in een utopie, maar bijna als
een halve wilde leefde.
Uit hetgeen dan op zestien-jarigen leeftijd gebeurt, bij M a d a m e
d e W a r e n s, kan wel worden afgeleid, dat in zijn fantasieën
ook de sexueele kwesties mede betrokken zijn geweest.
W e zijn nu wel zoo ver, dat we o.i. op goeden grond kunnen
zeggen, dat er van een werkelijk paedagogische beïnvloeding in
Calvinistischen zin geen sprake is geweest. Met het eigenlijke
levende Calvinisme is J e a n J a c q u e s nimmer in aanraking
geweest op zulk een wijze, dat we kunnen verwachten in zijn later
leven reminiscenzen daaraan te vinden.
Dat R o u s s e a u theoretisch nimmer het Calvinisme aanvaard-
de, dat hij zelfs in oppositie was tegen de levensbeschouwing van
het Calvinisme, blijkt uit zijn werk duidelijk. Maar men mag ook
niet verwachten, dat door zijn opvoeding er toch altijd nog ver-
borgen Calvinistische tendenzen zijn.
Wat dus bij R o u s s e a u op den klank af herinnert aan het
Calvinisme, zal in wezen niet uit eenige innerlijke samenstemming
van R o u s s e a u met het Calvinisme moeten worden verklaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's