Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 178
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina 166
P. L. v a n d e K a s t e e l e was — op de „bovenachterzaal" van
het Mauritshuis ^). Als regel door de negen: de commissarissen
hakten slechts noode een enkele maal een stemknoop door. De
grondslagen van hun critische werkzaamheid waren: eenvoud,
klaarheid, juistheid; de Statenbijbel, de Hervormde leer, weinig en
louter-schriftuurlijke aanvulling; de wetten der hedendaagsche
taal- en dichtkunde. Maar de eenvoud mocht de ,.Taaikunst en
Poësy" niet schaden. En een punt van belang zal zijn: „welke
(bewerking) de verbeeldingskragt en het hart sterkst aandoe."^)
De theologische taak nam men ernstig op. Bij Psalm 119 werd
men niet eens, of V o e t dan wel Laus Deo „fraaier dicht" had;
toen repte men van „onrechtzinnige uitdrukkingen", en V a n
W i n t e r moest zwichten. Nauwer aansluiting bij den tekst is de
bedoehng van zeer vele wijzigingen, maar het gevoel van onrecht-
zinnige voorstelling schuilt daar meermalen achter. „De Godheid"
vervangt men door Heer of door God. maar niet altijd; „de deugd"
werd vaak weggewerkt, maar bleef nog zoo veel staan, dat
Dr. K u y p e r geestig kon opmerken: er loopt een pad der deugd
door onzen psalmbundel.')
Toch zijn de letterkundige veranderingen nog talrijker dan de
leerstellige. V a n G h ij s e n heeft men een psalm zoo onderhanden
genomen, dat uit drie coupletten telkens één regel overbleef, maar
van die drie regels maar één onveranderd: „Betrouwt op Hem,
want Hij is goed." *) W i j hebben hier litterair-aesthetisch aller-
merkwaardigste verschijnselen; verheven oud-oostersche lyriek uit
de tweede hand in nieuwe westersche verzen coöperatief vertolkt
door, als regel, ten minste 21 en ten hoogste 65 deskundigen.^)
Dat een psalm geheel het werk van één dichter-bewerker zou zijn
gebleven, is theoretisch denkbaar, maar lijkt, waar wij het eeniger-
mate kunnen nagaan, zelden of nooit werkelijkheid. Bij Laus Deo
is de kans het grootst: met de erkende, ervaren dichters, en de
weinige (7) herzieners, die dichter-vrienden zijn, kunnen licht vele
1) v. I p e r e n a.w. I, 335.
2) V a n i p e r e n a.w. I, 367—8.
^) Ik citeer uit het hoofd.
*) V a n i p e r e n l , 377.
5) L. D. S. P. 8 + 9 + 4; V o e t : 1 + circa 51 + 9 + 4; G h ys e n, met zijn
17 bronnen daartusschen in, maar toch weer zeer afzonderlijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's