Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 168
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina 156
beste voorbeelden, had, na een traditioneel begin, voor haar kunst
den vasteren grond, de rijkere stof, den dieperen gang, den vol-
leren toon gevonden, die haar talent en haar roeping behoefden, —
in de leerschool van het lijden.
Het Nat der Tegenspoeden werd het meest en het langst van
alle werken van V a n M e r k e n gelezen en geprezen. Bij het
verschijnen werd het door de vooruitstrevende Leidsche Bijdragen,
die toen onze litteraire critiek vertegenwoordigden, in een lang
artikel uitbundig geroemd ^); groote stukken nam het als proef
over. N a enkele jaren was een tweede druk noodig (1768) ; in
1818 verscheen een derde. B e t j e W o 1 f f heeft het, evenals haar
David, „stukkend geleezen"*). K a l f f vermeldt een Leidsche
juffrouw, die het geheel kon opzeggen. W i t s e n G e y s b e e k ,
wien het „van zijne jeugd af leerboek in de school des Tegen-
spoeds was", had het ook als vele anderen in het geheugen ge-
prent. Meermalen gebeurde het hem, als hij regels er uit ter ver-
troosting aanhaalde, dat men hem met andere plaatsen daaruit
antwoordde: zelfs een blinde — en iemand die niet lezen kon!
Volgens D e C l e r c q was het ,,voor menig lijder een bron van
troost en hoop". Een voortreffelijk leerdicht is het volgens J o.
d e V r i e s , S i e g e n b e e k en anderen; een der beste, die wij
bezitten, volgens V a n K a m p e n . Dan gaat de peilschaal dalen:
vloeiend berijmd, zegt H o f d ij k; beter geslaagd dan Artemines,
meent V a n V l o t e n ; tamelijk geslaagd, echoot E v e r t s . Een
verhandeling, oordeelt K a 1 f f, ternauwernood poëzie te noemen,
T e W i n k e 1 slaat het om den vorm en het persoonlijke, tot het
hart sprekende, karakter hooger aan, maar spreekt geringschattend
over de oppervlakkige wereldwijsheid, waar de groote meerderheid
nu eenmaal wel onder, maar niet boven uit kan.
Het gedicht, van welks omvang men zich licht een overdreven
voorstelhng maakt, is met zijn drie zangen nog geen 900 verzen
groot. De eerste zang wil blijkbaar het lijden behandelen uit alge-
meen en wijsgeerig oogpunt, de tweede in verband met Gods
Voorzienigheid, de derde met het oog op den Heiland en de
hemelsche heerlijkheid. Een kort overzicht is noodig.
1) T. en Dk. Bijdc. II, 437—456. Ik vermoed, dat het van L e 1 y v e 1 d is.
2) N a b e r a.w. 113.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's