Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 167
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
155 De Leerschool van Lucretia Withelmina
„het welkomstuurtje van den dood" afwachten. „Geleid door
Godsdienst en door Reden", het luidt, juist als bij V a n W i n»
t e r over J o h a n n a , wat eigenwillig en eigengerechtig; maar dat
begin besluit zij met een bede tot God om haar zwakke schreden
te leiden; zij wil niet zelf haar weg kiezen: „mijn blijde ziel zal
willig volgen — W a a r haar Gods Voorzorg voor zal gaan." „De
sterke banden zijn ontbonden En de eenzaamheid heeft mij
gevonden — Zelfs eer mijn ziel haar heeft gezocht." Saevis tran-
quilla in undis: geen storm, geen onweer zal haar levenshulk ver-
hinderen om de veilige reê te bereiken, die haar oog reeds ziet.
Zoo is de stemming in Vergenoeging (1760) ^). En evenzoo in
Op mijn drie-en-veertigste Verjaaring (1764) ^): „Al de droef-
heid, al 't verdriet, — Dat mij neerdrukte in 't Voorleden, —
Maakte plaats voor 't vreedzaam Heden, — En 't Aanstaande
weet ik niet." God schonk haar weldaden zonder getal, was haar
ook tot artsenij in krankheid. „Zijn genade is mij genoeg."
Van die krankheid getuigt Dankoffer aan Gode wegens mijne
herstelling van eene zwaare Krankheid^). Het is niet gedateerd,
maar zal van 1760 of eerste begin van 1761 zijn, tenzij het later
in dat jaar nog als toevoegsel bij den drukker is ingezonden. De-
zelfde gezindheid spreekt ook hier. De dichteres dacht niet meer
te zullen opstaan. Zij wenschte te sterven; zij wilde ook het leven
als een gave van God terugontvangen. Zij berustte in 's Hemels
wil. W a n t zij dacht eraan: „Toen alles mijne hoope ontviel, — Is
üwc gunst mij bij gebleven". En God deed met een enkelen wenk
de ziekte wijken; zij wil dankbaar „(haar) leven in (Zijn) dienst
besteeden." ^)
L u c r e t i a W i 1 h e 1 m i n a, door ouderlijke leering en voor-
gang in christelijk geloof en vrome zeden opgebracht, door zorg-
vuldig onderwijs en eigen wetensdrang over ruime kennis beschik-
kend, van nature met het dichtvermogen begaafd, met het gevoel
voor klank, maat en uitdrukking gescherpt en geschoold aan de
1) Nutd. r., 89—91.
2) W. Geluksb., 104 vlgg.
3) Nuf d. T.. 341—344.
*) Laatste stuk van grootendeels chronol. geordenden bundel, die 1762 ver-
scheen, maar opdracht heeft van Dec. 1761. De toeëigening van April 1761 staat
in 't corpus van het boek, blijkens signatuur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's