Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 73
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
61 De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk
bij maar niet uit het oog verliest, dat pose, al houdt ze overdrijving
in, geen echt gevoel uitsluit.
Er is geen twijfel aan, of B i 1 d e r d ij k heeft zich in 1795 zeer
verongelijkt gevoeld. In later dagen moge hij zich, gelijk T y d e -
m a n meedeelt, „meer vereerd dan beleedigd" hebben geacht, „dat
deze oud-Hollandsche instelling (nl. de politieke uitzetting) —
waartoe hij ook der Overheid de bevoegdheid toekende — op hem
geappliceerd w a s " i ) , in den tijd zelf was het anders. Blijkens zijn
brief aan den Stadhouder van 14 November 1797. was hij zelfs van
plan om, wanneer de oude constitutie hersteld mocht worden, „te-
gen de individu's, welke de vergadering uitmaakten, door welke ik
geëxileert ben geworden", zijn recht te doen gelden; zou men echter
op het congres van Rastadt, dat aanstaande was, het aan het bewind
zijnde Gouvernement eenig politiek bestaan toekennen, zoo zou
het „van dit als corporatie" zijn, dat de schadeloosstelling, tot het
verkrijgen waarvan hij des Stadhouders voorspraak inroept, te vor-
deren zou zijn. Mag men hem gelooven, dan werd toen ook door de
bovendrijvende partij het onrechtmatige van zijn uitzetting ingezien:
„'t Zijn de leden der voorige en tegenwoordige Conventie van Holland
eelf, die ronduit en in 't openbaar toestemmen, erkennen en beweeren, dat
het geweest is een onverdedigbare verongelijking, dat men van mij vorderde,
't geen men geen recht had te vorderen en 't geen ik moest en mocht
weigeren."^)
Hij weigert. De gestelde machten eerbiedigen, verklaart hij uit-
drukkelijk zijn Christenplicht te achtcn3), maar, als men van hem
vergt de beginselen der Revolutie te erkennen, geeft hij geen kamp.
Dan laat hij fier en frank zijn anti-revolutionnair getuigenis hooren.
hem spontaan uit het hart geweld. Spontaan, maar niet in een
oogenblik van overspanning, doch terwijl hij zich ten volle bewust
is van wat hij doet. Hij volgt de inspraak van zijn geweten en laat
het verdere aan God over. In plaats van B i 1 d e r d ij k op zijn
slechtst toont hij zich hier B i l d e r d i j k op zijn best.
1) B i l d e r d i j k , Geschiedenis des Vaderlands, XII, p. 322—323 cf. Brie-
ven II, 75: Zelfs vinde ik mijne uitzetting zoo schreeuwend niet als ieder ze vindt.
*) In den gelljktijdigen brief aan den Erfprins luiden de laatste woorden al-
dus: „'t geen geen gouvernement in de wareld recht heeft te vorderen en 't geen
ik verplicht en bevoegd was te weigeren".
3) Echte Stukken, p. 7.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's